| Ik heb in het verleden aan die gepensioneerde verdragsgerechtigden die wonen in een land met een verplicht wettelijk ingezetenenstelsel voor ziektekosten die niet wensen de verdragsbijdrage aan CvZ te betalen als (enige) weg genoemd vrijstelling van de woonlandziektewetgeving te vragen op grond van art. 17bis van Vo1408/71, danwel op grond van nationale wetgeving indien dat laatste mogelijk is. Zweden is het meest sprekende voorbeeld van een dergelijke woonstaat, maar het is niet onwaarschijnlijk dat dit ook voor Spanje zou gelden (de EC beschouwt Spanje als een land met een ingezetenenstelsel – zoals verwoord in art. 28bis Vo1408/71 en thans art. 25 Vo883/2004, discussie daarover is echter mogelijk – zie elders op dit forum). CvZ heeft in het verleden laten doorschemeren dat een dergelijke vrijstelling betrokkene niet zou ontheffen van betaling van de verdragsbijdrage aan Nederland omdat dan art. 28 van Vo1408/71 alsnog van toepassing zou zijn. Immers, betrokkene voldoet dan nog steeds aan alle voorwaarden van art. 28.1.a (geen recht op prestaties onder het woonlandstelsel door een vrijstelling, een wettelijk pensioen uit nederland en recht op wettelijke zorgprestaties indien hij in Nederland zou wonen- de bekende pensioenlandfictievoorwaarde.) Bij mijn weten is dit verschil van inzicht nooit bij een rechter uitgetest. In de Toepassingsverordening bij Vo883/2004 staan bijzondere bepalingen die mijns inziens alsnog mijn stelling ondersteunen. Merk wel op dat het vragen van vrijstelling ter voorkoming van betaling van de verdragsbijdrage slechts zin heeft indien er een particuliere ziektekostenverzekering van voldoende dekking aanwezig is. Veel voor 2006 part. verzekerden in zuidelijke landen hebben echter hun vroegere (Nederlandse) part. verzekering naast het verdragsrecht/de verdragsplicht laten doorlopen, soms tegen hogere premie. Of ze hebben lokaal een part. ziektekostenverzekering afgesloten die het verdragsrecht overbodig maakt. Voor hen is het onderstaande van bijzonder belang. Ik citeer diverse artikelen . |
| Uit de Toepassingsverordening bij Vo883/2004 Artikel 32 Tekst van het artikel 1. Wanneer een persoon of een groep personen op verzoek is vrijgesteld van verplichte ziekteverzekering en die personen dus niet zijn gedekt door een ziekteverzekeringsstelsel waarop de basisverordening van toepassing is, wordt het orgaan van een andere lidstaat, louter ten gevolge van die vrijstelling, niet verantwoordelijk voor de kosten van de verstrekkingen of uitkeringen die uit hoofde van titel III, hoofdstuk I, van de basisverordening aan die personen of hun gezinsleden worden verleend. (...) 3. Wanneer de in de leden 1 en 2 bedoelde personen en hun gezinsleden wonen in een lidstaat waar het recht op verstrekkingen niet is onderworpen aan verzekeringsvoorwaarden of de uitoefening van werkzaamheden, al dan niet in loondienst, worden zij aangesproken voor de volledige kosten van de verstrekkingen die hun in hun land van woonplaats worden verleend. Toelichting van de CVA: Wat houdt dit artikel in? Lid 1 – dit lid regelt dat een andere lidstaat niet verantwoordelijk wordt voor de kosten van medische zorg of uitkeringen als personen op eigen verzoek vrijgesteld worden van de verplichte ziekteverzekering. De bepaling is opgenomen omdat verschillende lidstaten een constructie kennen, waarbij mensen kunnen worden vrijgesteld van een verplichte (particuliere) ziekteverzekering. Het is niet de bedoeling dat zo’n nationaal wettelijke constructie ertoe leidt dat betrokkenen ten laste komen van een andere lidstaat. (...) Lid 3 – is iemand op verzoek vrijgesteld van de verplichte ziektekostenverzekering of is hij een Duitse of Spaanse ambtenaar en woont hij in een lidstaat waar iedereen zonder voorwaarden verzekerd is voor ziektekosten? Dan wordt hij aangesproken voor de volledige kosten van de verleende medische zorg in het woonland. Dit betekent dat het woonland niet verantwoordelijk is voor vergoeding van de kosten. |
| Artikel 16 Vo883/2004 Uitzonderingen op de artikelen 11 tot en met 15 (...) 2. Degene die recht heeft op een pensioen krachtens de wetgevingen van een of meer lidstaten en die in een andere lidstaat woont, kan op zijn verzoek worden vrijgesteld van de toepassing van de wetgeving van deze laatste lidstaat mits hij niet op grond van de verrichting van een werkzaamheid, al dan niet in loondienst, aan deze wetgeving is onderworpen. Toelichting CVA: Uitzondering voor pensioengerechtigden Artikel 16, lid 2 Wat houdt dit artikel in? Dit lid geeft de pensioengerechtigde het recht om zich te laten vrijstellen van de wetgeving van de woonstaat. Dit geldt als de betrokkene volgens de wetgeving van een of meer lidstaten recht heeft op pensioen, maar in een andere lidstaat woont. Dit kan alleen als de betrokkene niet als werknemer of zelfstandige onder de wetgeving van de woonstaat valt. Meer hierover vindt u in artikel 11, lid 3 van Verordening (EG) 883/2004. |
| Noot jdv: Mijns inziens blijkt uit art. 32 lid 3 duidelijk dat de vrijgestelde verdragsgerechtigde in een woonland met een ingezetenenstelsel direct zelf verantwoordelijk wordt voor kosten van de (wettelijke) zorg die hem na vrijstelling verleend wordt in het woonland. Gezien de dwingende formulering betekent dit dus dat er geen plaats is voor een verdragsbijdrage aan het pensioenland (Nederland). Op grond van Europese verblijfsregelgeving kan het woonland wel een voldoende part. verzekering eisen van betrokken gepensioneerde. Overigens ben ik het niet eens met de hiervoor geciteerde toelichting van de Commissie Verzekeringsaangelegenheden op art. 32 lid 1. Gesuggereerd wordt namelijk dat die vrijstelling louter en alleen op grond van nationale (woonstaat)wetgeving mogelijk zijn. Dat is uit dit lid echter beslist niet af te leiden. Ook de europeeesrechtelijke vrijstellingsmogelijkheid van art. 16 Vo883/2004, die ik citeerde, lijkt me onder art. 32 lid 1 te vallen. Wat betreft die vrijstelling van art. 16 resteren nog wel twee vragen, die in de literatuur niet definitief beantwoord zijn: 1. Geldt de vrijstellingsmogelijkheid voor elke tak van sociale zekerheid afzonderlijk of tegelijkertijd voor alle sociale zekerheidswetgeving van de woonstaat? In geval van het laatste kunnen er voor andere takken van sociale zekerheid (zoals ivm pensioenopbouw in de woonstaat bij geprepensioneerden, en toekomstige toepassing van art. 23 Vo883/2004 waarbij de woonstaat de bevoegde staat wordt) nadelige effecten zijn. Merk overigens wel op dat Nederland afzonderlijke vrijstellingsregelingen in zijn sz-wetgeving kent voor de verschillende takken van sociale zekerheid. 2. Is de vrijstellingsmogelijkheid krachtens art. 16 Vo883/2004 bedoeld als zijnde permanent of kan de vrijstelling later op verzoek van betrokkene weer ongedaan worden gemaakt? |
| Ik beschouw art. 32 lid 3 van de Toepassingsverordening in samenhang met art. 16 lid 2 van Vo883/2004 ook als een onderstreping van het keuzerecht dat door de SBNGB opgeeist wordt. Kennelijk heeft de gemeenschapswetgever voor ogen dat indien men niet langer aanspraak heeft op zorg van de woonstaat men dan zelf verantwoordelijk is voor de betaling van de gemaakte ziektekosten (in het woonland). Niet valt in te zien dat dit in art. 32 lid 3) verwoorde beginsel slechts toepasselijk is na vrijstelling krachtens art. 16 lid 2, en niet tevens indien de gepensioneerde zich (rechtmatig) niet heeft ingeschreven bij het woonlandorgaan als verdragsgerechtigde. |
| "The European Court of Justice is the only body which is competent to decide whether a national law complies with EU law. Therefore the Commission's opinion on a draft or an outline of national legislation cannot prejudge the interpretation that the Court of Justice may give". Woorden van de heer Frits Bolkestein geschreven eind 2003 ("Beste Hans"). Even Luxemburg afwachten? |
| Te hopen valt dat deze zienswijze in de pleidooien voor het EHvJ op 20 Mei as. uitdrukkelijk aan de orde gesteld wordt. |
| Vorige discussie | Vandaag | Week | Maand | © Zorgwet.info |