| Volgens 883/2004 worden documenten die een verzekerde als bewijsstuk moet overleggen door de "bevoegde staat" c.q. het "bevoegde orgaan" van die staat verstrekt. Dat geldt voor zowel het formulier E121 als voor de EHIC. Daarom moet eerst de "bevoegde staat" worden vastgesteld. De daartoe te volgen procedure staat in de artikelen 19 en 20 van de toepassingsverordening. De "bevoegde staat" is de lidstaat waarvan de wetgeving op grond van een bepaling van titel II van de basisverordening van toepassing is. Op grond van artikel 11 lid 3 sub e van 883/2004 is het woonland voor ons de bevoegde staat. Hiervan uitgaande kan degene die wettelijk verzekerd is in zijn woonland een EHIC bij het "bevoegde orgaan" van zijn woonland aanvragen. |
| Heb je ook uit Vo883/2004 de titel III bepalingen over ziekte en moederschap van hoofdstuk 1er weer uit gescheurd, net als eerder uit Vo1408/71? Uit die bepalingen is namelijk af te leiden dat het bevoegde orgaan in dezen voor onze doelgroep (uitpandige gepensioneerden met wettelijk Nederlands pensioen wonend buiten Nederland) in Nederland gelegen is en dat de "bevoegde staat" dan ook de pensioenstaat Nederland is, die gehouden is de EHIC af te geven. In die zin is er geen wezenlijke verandering t.o.v. Vo1408/71. |
| Jan, De bepalingen van titel III sluiten keurig aan bij de bepalingen van titel II (zou dat niet het geval zijn, dan zou immers sprake zijn van een strijdigheid van bepalingen van de Verordening). Burgers van de EU zijn (behoudens een enkele voor ons niet relevante uitzondering) "onderworpen" aan de wetgeving van slechts één enkele lidstaat. Dit waarborgt dat zij niet aan de sociale wetgeving van meer dan één lidstaat worden blootgesteld. Vaststelling van de "bevoegde staat" gaat uiteraard vooraf aan vaststelling van rechten en plichten krachtens de wetgeving van die staat. De "bevoegde staat" is de lidstaat waarvan de wetgeving op grond van een bepaling van titel II van de basisverordening van toepassing is. Op grond daarvan is Nederland voor ons niet de bevoegde staat. Als je daar anders over denkt, dan is dat m.i. niet te rijmen met de artikelen 19 en 20 van de TVO, waarin de procedure ter vaststelling van de uit hoofde van titel II "bevoegde staat" in détail is uitgewerkt. |
| In verband met de vraag welk orgaan tot afgifte van de EHIC kaart voor onze doelgroep verantwoordelijk is, wijst Vo883/2004 een orgaan aan in een andere staat dan de woonstaat. Dat volgt uit titel III van Vo883/2004. In art. 24 lid 2 van Vo883/2004 (corresponderend met art. 28 lid 2b in Vo1408/71) wordt bepaald welk het bevoegde orgaan is dat opkomt voor de kosten van de ziekteverstrekkingen in het woonland. Dat is per definitie een orgaan in een andere staat dan de woonstaat, namelijk in een pensioenstaat. Indien er slechts een wettelijk pensioen vanuit Nederland is, is dat per definitie het bevoegde orgaan in de pensioenstaat Nederland (in casu : CvZ) . Art. 27 lid 4 Vo 883/2004 stelt dat de kosten van verstrekkingen bij tijdelijk verblijf in een EU-staat voor datzelfde bevoegde orgaan zijn, dus het bevoegde orgaan in Nederland. Art. 25 lid A.1 van de Toepassingsverordening bij Vo883/2004 stelt dat het bevoegde orgaan, derhalve het orgaan dat bij art. art. 24 lid 2b is bepaald, een document uitreikt dat voor tijdelijk verblijf elders in de EU door betrokkene gebruikt kan worden als "verzekeringsbewijs". Dat is dus opnieuw het bevoegde orgaan in de pensioenstaat Nederland. De Administratieve Commissie heeft nadere details uitgewerkt voor dit document (EHIC) in zijn Besluit S1 van 12 juni 2009. Er is dus wel degelijk een onderscheid tussen de bepaling van het bevoegde orgaan naar het hoofdstuk 1 " Ziekte etc." van titel III van Vo883/2004 – dat niet voor niets "Bijzondere Bepalingen" bevat (lex specialis) – t.o.v. de aanwijzing van de staat van welke de wetgeving toepasselijk is naar titel II. Titel II wijst voor betrokkenen de woonstaat als toepasselijk aan. In grote lijnen is dat hetzelfde als onder Vo1408/71. Het verschil is dat voorheen de EHIC kaart door het orgaan van het woonland werd uitgereikt en thans door het bevoegde orgaan van de pensioenstaat (in casu dus CvZ). Ik neem dan ook aan dat niemand van de doelgroep die zich aangemeld heeft bij een woonlandorgaan met een E-121 per 1 mei 2010 een nieuwe EHIC kaart van het woonlandorgaan heeft ontvangen. |
| Jan, Volgens art. 11 lid 1 van 883/2004 zijn wij aan de wetgeving van slechts één lidstaat onderworpen en uit hoofde van titel II is het woonland voor ons de bevoegde staat. Volgens vaste rechtspraak van het HvJ moet de "bevoegde staat" overeenkomstig de algemene bepalingen van titel II (dus niet overeenkomstig bijzondere bepalingen van titel III) worden gedefinieerd. Artikel 24 lid 2 van 883/2004, waarnaar je verwijst, betreft de gepensioneerde die recht heeft op verstrekkingen krachtens de wetgeving van TWEE OF MEER lidstaten. Wij hebben geen recht op verstrekkingen krachtens de Nederlandse wetgeving en het woonland kan krachtens zijn wetgeving al dan niet een recht op verstrekkingen verlenen. Dat is dan ÉÉN lidstaat. Artikel 27 betreft de gepensioneerde die recht heeft op verstrekkingen krachtens de wetgeving van het pensioenland. Dat recht hebben wij niet. Artikel 25 van de TVO betreft de "verzekerde". Ten aanzien van titel III hoofdstuk 1 – en daar hebben we het over – is dat degene die voldoet aan de voorwaarden voor het recht op prestaties die worden gesteld door de uit hoofde van titel II bevoegde lidstaat. Krachtens de Nederlandse wetgeving voldoen wij niet aan een recht op prestaties ten aanzien van titel III hoofdstuk 1. |
| Dan maar uitgebreid citerend, eerst in verband met de interpretatie van art. 24. lid 2 van Vo883/200: "Art. 24. 2. In de gevallen als bedoeld in lid 1 wordt op grond van de volgende regels bepaald welk orgaan de kosten voor verstrekkingen voor zijn rekening dient te nemen: a) ingeval de pensioengerechtigde enkel recht heeft op verstrekkingen krachtens de wetgeving van één lidstaat, neemt het bevoegde orgaan van deze lidstaat de kosten voor zijn rekening; b) ingeval de pensioengerechtigde recht heeft op verstrekkingen krachtens de wetgeving van twee of meer lidstaten, zijn de kosten voor rekening van het bevoegde orgaan van de lidstaat onder wiens wetgeving de betrokkene het langst heeft geressorteerd; indien de toepassing van deze regel ertoe zou leiden dat verscheidene organen de kosten voor hun rekening dienen te nemen, dan komen de kosten voor rekening van het orgaan dat de wetgeving toepast waaraan de pensioengerechtigde laatstelijk onderworpen is geweest." De uitleg van de CVA, in lijn met nationale en EhvJ jurisprudentie is als volgt: "Wat houdt dit artikel in? (...) Lid 2 geeft een prioriteitsregel. Dit geldt op het moment dat een gepensioneerde twee of meer pensioenen uit verschillende lidstaten ontvangt. En als hij op grond van die twee of meer pensioenen recht heeft op medische zorg in zijn woonland, voor rekening van de lidstaten die het pensioen uitkeren. In dat geval is de lidstaat waarvan de socialezekerheidswetgeving het langst op de gepensioneerde van toepassing is geweest, verantwoordelijk voor de kosten. Bij gelijke perioden geldt dat de kosten voor rekening komen van het pensioenland waarvan de wetgeving het laatst op iemand van toepassing was." Nota Bene: jouw uitleg van lid 2 dat de verstrekkingen krachtens de ziektekostenwetgeving ( in plaats van de pensioenwetgeving) van twee of meer lidstaten zouden moeten zijn is onlogisch want in strijd met titel II die bij voorbaat stelt dat de sociale zekerheidswetgeving van slechts 1 Lidsdtaat van toepassing kan zijn (exclusiviteitsregel). Daarentegen zijn de wettelijke pensioenen vanuit diverse Lidstaten wel exporteerbaar (zelfs verplicht krachtens Vo883/2004). |
| Vervolg door CVA, met een helder voorbeeld, waaruit overigens ook blijkt dat de CVA met de in lid 2 bedoelde sociale zekerheidswetgeving de uitleg van "pensioenwetgeving"op het oog heeft (zie ion dezelfde zin recent de Rechtbank van Amsterdam) : " Voorbeeld Een gepensioneerde woont in Spanje en ontvangt zowel uit Frankrijk als uit Nederland een pensioen. In beide landen zou hij wettelijk verzekerd zijn voor ziektekosten als hij daar zou wonen. Uit Spanje ontvangt hij geen pensioen en hij is daar ook niet wettelijk verzekerd. Dus artikel 23 is niet van toepassing. De man ontvangt vanaf 1 januari 2007 een AOW-pensioen. Hij heeft van 1942 tot 1972 in Nederland gewoond. Daarna is hij verhuisd naar Frankrijk en vervolgens is hij in 1998 verhuisd naar Spanje. In Frankrijk is hij 27 jaar verzekerd geweest. In Nederland 15 jaar. De AOW is namelijk pas in 1957 in werking getreden en de jaren voor 1957 tellen niet mee voor deze vaststelling. Ook eventuele perioden van vrijwillige verzekering tellen in dit verband niet mee. Conclusie: Frankrijk is verantwoordelijk voor de kosten van de medische zorg in Spanje. Is dit artikel anders dan in de vorige verordening? Nee. Alleen de formulering is anders. De nieuwe verordening spreekt over ‘pensioen ontvangen’." |
| Dan de relevante leden van art. 27 van Vo883/2004. Uit lid 4 blijkt wat de definitie van het bevoegde orgaan betreft dat terugverwezen wordt naar art. 24. 2. Verblijf van de pensioengerechtigde en zijn gezinsleden in een andere lidstaat dan die waar zij wonen — Verblijf in de bevoegde lidstaat — Toestemming voor een passende behandeling buiten de lidstaat van woonplaats Artikel 27 Tekst van het artikel 1. Artikel 19 is van overeenkomstige toepassing op degene die pensioen ontvangt krachtens de wetgeving van een of meer lidstaten en die recht heeft op verstrekkingen krachtens de wetgeving van een van de lidstaten die hem zijn pensioen verstrekt, of op zijn gezinsleden, wanneer zij verblijven in een andere lidstaat dan die waar zij wonen. 4. Tenzij anders bepaald in lid 5, zijn de kosten van de verstrekkingen overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 voor rekening van het bevoegde orgaan dat verantwoordelijk is voor de kosten van de aan de pensioengerechtigde in de lidstaat van zijn woonplaats verleende verstrekkingen. Voor de goede orde art. 19 lid 1 waarnaar in 27.1 wordt verwezen. Recht op verstrekkingen bij verblijf buiten de bevoegde staat Artikel 19 Tekst van het artikel 1. Tenzij anders bepaald in lid 2, hebben een verzekerde en zijn gezinsleden die verblijven in een andere lidstaat dan de bevoegde lidstaat, recht op de verstrekkingen welke tijdens het verblijf medisch noodzakelijk worden, met inachtneming van de aard van de verstrekkingen en de verwachte duur van het verblijf. De verstrekkingen worden voor rekening van het bevoegde orgaan verstrekt door het orgaan van de verblijfplaats, volgens de door dit orgaan toegepaste wetgeving, alsof de betrokkenen krachtens die wetgeving verzekerd waren. Vergelijk ook art. 31 van Vo1408/71 met een soortgelijke formulering: Artikel 31 Verblijf van de rechthebbende en/of van zijn gezinsleden in een andere lidstaat dan die waarin zij hun woonplaats hebben 1. De rechthebbende op een pensioen of rente, verschuldigd krachtens de wettelijke regeling van een lidstaat, of op pensioenen of renten, verschuldigd krachtens de wettelijke regelingen van twee of meer lidstaten, die recht heeft op prestaties krachtens de wettelijke regeling van één dezer lidstaten, alsmede zijn gezinsleden hebben bij verblijf op het grondgebied van een andere lidstaat dan die op het grondgebied waarvan zij wonen, recht op: a) verstrekkingen die medisch gezien tijdens een verblijf op het grondgebied van een andere lidstaat dan de staat waar zij wonen, noodzakelijk worden, met inachtneming van de aard van de prestaties en de duur van het verblijf. Deze verstrekkingen worden verleend door het orgaan van de lidstaat van verblijf volgens de wettelijke regeling welke door dit orgaan wordt toegepast, voor rekening van het orgaan van de woonplaats van de rechthebbende of zijn gezinsleden; Toelichting van de CVA: “Wat houdt dit artikel ( 27, jdv) in? Medisch noodzakelijke zorg bij tijdelijk verblijf Gepensioneerden en hun gezinsleden hebben recht op zorg die medisch noodzakelijk wordt bij tijdelijk verblijf buiten het woonland. De kosten zijn voor rekening van de bevoegde staat (zie lid 1 en 4). De bevoegde staat geeft hiervoor de Europese verzekeringskaart (EHIC – European Health Insurance Card) af (zie artikel 25 van de toepassingsverordening).” |
| "Lid 2 geeft een prioriteitsregel. Dit geldt op het moment dat een gepensioneerde twee of meer pensioenen uit verschillende lidstaten ontvangt. EN als hij op grond van die twee of meer pensioenen recht heeft op medische zorg in zijn woonland, voor rekening van de lidstaten die het pensioen uitkeren." Het is dus een prioriteitsregel voor degene die uit meer dan één lidstaat een (wettelijk) pensioen ontvanngt EN "op grond van die pensioenen" recht heeft op medische zorg in zijn woonland. Wij hebben uit slechts één land (Nederland) een (wettelijk) pensioen. Alleen al daarom is lid 2 in onze situatie niet van toepassing. De Verordening verbiedt de lidstaten niet krachtens hun wetgeving rechten te verlenen. Er kan dus (in beginsel) een recht op verstrekkingen zijn krachtens de nationale wetgeving van meer dan één lidstaat. In die situatie bepaalt artikel 28 lid 2 welke lidstaat de verstrekkingen voor zijn rekening moet nemen. In onze situatie is daarvan geen sprake. De Nederlandse wetgeving verleent ons geen recht op verstrekkingen en als het wooonland krachtens zijn wetgeving een recht op verstrekkingen verleent, is artikel 28 niet van toepassing. |
| "Lid 2 geeft een prioriteitsregel. Dit geldt op het moment dat een gepensioneerde twee of meer pensioenen uit verschillende lidstaten ontvangt. EN als hij op grond van die twee of meer pensioenen recht heeft op medische zorg in zijn woonland, voor rekening van de lidstaten die het pensioen uitkeren." Het is dus een prioriteitsregel voor degene die uit meer dan één lidstaat een (wettelijk) pensioen ontvanngt EN "op grond van die pensioenen" recht heeft op medische zorg in zijn woonland. Wij hebben uit slechts één land (Nederland) een (wettelijk) pensioen. Alleen al daarom is lid 2 in onze situatie niet van toepassing Tja, een prioriteitsregel maken is inderdaad alleen nodig indien er pensioen uit meerdere landen komt. Is dat niet het geval, en dat geldt voor de meesten onzer, die namelijk slechts wettelijk pensioen uit Nederland hebben, dan geldt dus niet 24.2.b, doch 24.2.a., en dat luidt: "a) ingeval de pensioengerechtigde enkel recht heeft op verstrekkingen krachtens de wetgeving van één lidstaat, neemt het bevoegde orgaan van deze lidstaat de kosten voor zijn rekening: . In casu dus : Nederland. |
| "Tja, een prioriteitsregel maken is inderdaad alleen nodig indien er pensioen uit meerdere landen komt. Is dat niet het geval, en dat geldt voor de meesten onzer, die namelijk slechts wettelijk pensioen uit Nederland hebben, dan geldt dus niet 24.2.b, doch 24.2.a., en dat luidt: "a) ingeval de pensioengerechtigde enkel recht heeft op verstrekkingen krachtens de wetgeving van één lidstaat, neemt het bevoegde orgaan van deze lidstaat de kosten voor zijn rekening: . In casu dus : Nederland." Het lukt mij niet meer enige consistentie in je argumenten te ontdekken. Eerst verwijs je naar artikel 24.2b dat in onze situatie evident niet van toepassing is omdat wij geen pensioen uit meer dan één land ontvangen en krachtens de Nederlandse wetgeving geen recht hebben op verstrekkingen. Dan maar 24.2a. Dat betreft degene die pensioen uit één land ontvangt en enkel recht heeft op verstrekkingen krachtens de wetgeving van één lidstaat. Wij hebben krachtens de Nederlandse wetgeving geen recht op verstrekkingen, zodat ook 24.2a in casu niet van toepassing is. |
| "Artikel 25 van de TVO betreft de "verzekerde". Ten aanzien van titel III hoofdstuk 1 – en daar hebben we het over – is dat degene die voldoet aan de voorwaarden voor het recht op prestaties die worden gesteld door de uit hoofde van titel II bevoegde lidstaat. Krachtens de Nederlandse wetgeving voldoen wij niet aan een recht op prestaties ten aanzien van titel III hoofdstuk 1." We hebben het hier inderdaad uitsluitend over titel III, hoofdstuk 1 (niet over titel II beplaingen) . In art. 27 lid 1, waar slechts over gepensioneerden en hun gezinsleden gesproken wordt, worden deze voor de toepassing van regels bij tijdelijk verblijf gelijkgesteld met de verzekerden van art. 19 lid 1. Derhalve is het niet nodig in art. 25 van de TVO te verwijzen naar de gepensioneerden van art. 27 Vo883/2004. |
| Stel nu dat je tijdens het verblijf buitenslands voor 1 mei 2010 vanwege ziekte gebruik maakte van een door het woonlandorgaan afgegeven EHIC die per 1 mei 2010 verviel en de behandeling werd voortgezet na die datum en je derhalve aangewezen werd op een EHIC kaart van het bevoegde pensioenlandorgaan, hoe zit het dan met de ksotenvergoeding tussen organen (die ook verandert)? Dat is geregeld in besluit S7 van de Administratieve Commissie: zie alhier: eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:C:2010:107:0008:0009:EN:PDF |
| Bij correcte toepassing van 883/2004 wordt de EHIC (desgevraagd) aan een verzekerde uitgereikt door (het bevoegde orgaan van) de bevoegde lidstaat, die overeenkomstig de algemene bepalingen van titel II moet worden gedefinieerd. Omdat wij niet krachtens de Nederlandse wetgeving verzekerd zijn of waren, is Nederland niet de uit hoofde van titel II bevoegde staat. |
| Neen, er wordt in artikel 25 van de Toepassingsverordening over "bevoegd orgaan" gesproken. Aangezien het om een Toepassingsverordening van Vo883/2004 gaat verwijst dat naar het bevoegde orgaan in het corresponderende artikel voor tijdelijk verblijf buiten het woonland als bedoeld in art. 27 lid 1 van Vo883/2004, dat weer doorverwijst naar het bevoegde orgaan zoals gedefinieerd in art. 24 Vo883/2004. Voor onze doelgroep ( met slechts wettelijk pensioen uit Nederland) is dat een orgaan van het pensioenland Nederland ( in casu : CvZ). In dit opzicht is er overigens ook geen afwijking van de systematiek van Vo1408/71. Titel II staat hier geheel buiten (daar wordt ook niet de terminologie "bevoegd orgaan "gebruikt overigens). |
| Om in jouw terminologie te blijven: Neen, artikel 25 van de toepassingsverordening betreft de toepassing van artikel 19 van de basisverordening en bepaalt dat de "verzekerde" een door het bevoegd orgaan uitgereikt document verstrekt waaruit blijkt dat hij recht heeft op verstrekkingen. Een ""verzekerde" is, zoals artikel 1 sub c van de basisverordening bepaalt, degene die voldoet aan de voorwaarden die voor het recht op prestaties worden gesteld door de wetgeving van de uit hoofde van titel II bevoegde lidstaat |
| Zie mijn reactie van 17:47:47 . De verdragsgerechtigde gepensioneerde van art. 27.1 is al gelijkgesteld met een verzekerde voor de toepassing van bepalingen van tijdelijk verblijf. Derhalve is een toetsing aan het begrip verzekerde volgens art. 1 sub c ook niet meer nodig. |
| "De verdragsgerechtigde gepensioneerde van art. 27.1 is al gelijkgesteld met een verzekerde voor de toepassing van bepalingen van tijdelijk verblijf." Artikel 27 betreft de gepensioneerde die recht heeft op verstrekkingen krachtens de wetgeving van een van de lidstaten die hem zijn pensioen verstrekt: Wij hebben krachtens de Nederlandse wetgeving geen recht op verstrekkingen. Artikel 27 is daarop niet van toepassing. |
| Dat het V.K. op precies dezelfde wijze als Nederland en CvZ vanaf 1 mei 2010 als pensioenland EHICs aan zijn gepensioneerde uitpandigen uitgeeft, blijkt bijvoorbeeld uit deze website. Het wordt door de ontvangers ook niet betwist als zijnde onrechtmatig. www.costa-news.com/index.php?option=com_content&task=view&id=4639&Itemid=1 |
| Spanje Mogen de Britten die EHIC ook in hun nieuwe woonland ( bv Spanje ) gebruiken ? Dat mogen de NL er's bijvoorbeeld niet . |
| Dat mogen ze niet. EHIC is bedoeld voor verblijf in de EU/EER buiten het woonland en buiten het pensioenland indien het laatste op Bijlage IV Vo883/2004 staat. |
| Bij mijn weten staat de UK nog steeds niet op de Bijlage IV Vo883/04. Hieronder wat informatie over de EHIC van de Pension Service: "New EU regulations from May 1 2010 Due to changes in European Union regulations, from May 1 2010 the United Kingdom may be responsible for the issue of your European Health Insurance Card (EHIC) instead of the member state where you live. This will apply if you are a national of an EU member state and live in an EU member state, and you either: receive your state pension or other long-term benefit from the UK and you have registered the form E121 with the health authorities in the member state where you live; or you are dependent on a citizen working in the UK and have registered the form E109 issued by the UK You will need to send your application by post. An application form, along with an explanatory letter, will be posted to you during February 2010. This application form will be different from the EHIC application form available in the UK, and will be modified to prove your entitlement to the new UK-issued EHIC card. These cards will be sent out from April 2010 onwards. If you return your completed application form by the end of March 2010, your card should arrive before the new regulations come into force. If you are not a national of an EU member state, or you live in Iceland, Liechtenstein, Norway or Switzerland, then the country where you live will remain responsible for issuing your EHIC. In these circumstances, please contact the authorities in your country of residence." Let op: "receive a state pension (....) " "and you have registered the form E121 with the health authorities in the member state where you live"; "You will need to send your application by post" en bovendien "the United Kingdom may be responsible (.............)" En zo dacht een Brit in de Alicante regio erover: Why is it always the people who need a facility are the very ones that can't access that facility. eg We live in Spain, have registered our E121 forms and now need to apply for our new EHIC card. WHY are we unable to complete these forms on line? I am told that this is because too many people who are not entitled to this facility will apply – does this mean that there is no screening, checking etc before the cards are sent out.? Here in Spain, particularly in the Alicante region, postal services are virtually non existent and at the very best totally unreliable. We telephoned to request our forms to be sent to our post box address in March, and again in April. I am now at a loss as to how we can get these cards which we are entitled to. |
| "m.i. niet te rijmen met de artikelen 19 en 20 van de TVO, waarin de procedure ter vaststelling van de uit hoofde van titel II "bevoegde staat" in détail is uitgewerkt." Die artikelen gaan helemaal niet over vaststelling van de "bevoegde staat", maar veronderstellen reeds dat die bevoegde staat, op grond van de regels van titel II, is vastgesteld. De artikelen gaan over de plicht tot informatie- en hulpverschaffing aan betrokkene en zijn werkgever (art. 19), en de plicht tot samenwerking tussen organen (zowel binnen een Lidstaat als tussen de nieuwe en vorige Lidstaat (art. 20)). Dat is van een geheel andere orde dan de vraag welk orgaan gehouden is de EHICkaart uit te reiken. In zekere zin is het ook nieuw, vooral art. 19. Voor onze doelgroep betekent het dat het woonlandorgaan een informatieplicht heeft (over rechten en plichten) t.a.v. de sociale zekerheidswetgeving van het woonland. Een aardige vraag om dat te toetsen (bijv. in Spanje en Frankrijk) zou kunnen zijn: "ben ik verplicht mij voor ziekteverstrekkingen aan te melden met een E-121 bij het woonlandorgaan"? |
| De prealabele vraag is welke lidstaat bevoegd is een E121 uit te reiken. Volgens 883/2004 is dat de uit hoofde van titel II bevoegde staat. |
| Dat is inderdaad prealabel. Opnieuw geldt dat de aanwijsregels van titel II er niets mee te maken hebben. Het is onder titel III geregeld in art. 24 van de toepassingsverordening van Vo883/2004, en de taak is opgedragen aan het "bevoegde orgaan" . Dat laatste verwijst naar de definitie van bevoegd orgaan in het corresponderende artikel 24 van Vo883/2004. Zoals hieronder blijkt is evident dat het bevoegde orgaan per definitie een ander orgaan is dan het woonlandorgaan. Ik citeer uit de Voorlichting van CVA over dit eerstgenoemde art. 24 van de TVO: Procedure voor het recht op verstrekkingen: Woonplaats in een andere lidstaat dan de bevoegde lidstaat Artikel 24 Tekst van het artikel 1. Voor de toepassing van artikel 17 van de basisverordening zijn de verzekerde en/of zijn gezinsleden verplicht zich te laten inschrijven bij het orgaan van de woonplaats. Hun recht op verstrekkingen in de lidstaat van de woonplaats blijkt uit een verklaring die door het bevoegde orgaan op verzoek van de verzekerde of op verzoek van het orgaan van de woonplaats is verstrekt. 2. Het in lid 1 bedoelde document blijft geldig totdat het bevoegde orgaan het orgaan van de woonplaats in kennis stelt van de intrekking ervan. Het orgaan van de woonplaats stelt het bevoegde orgaan in kennis van iedere inschrijving overeenkomstig lid 1 en van iedere wijziging of schrapping daarvan. 3. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de in de artikelen 22, 24, 25 en 26 van de basisverordening bedoelde personen. Wat houdt dit artikel in? Wil een verzekerde of gepensioneerde medische zorg in het woonland kunnen ontvangen? Dan moeten hij en zijn eventuele gezinsleden zich eerst inschrijven. Zonder inschrijving kan artikel 17 Verordening (EG) 883/2004 niet worden toegepast. Dat geldt ook voor de artikelen waar lid 3 naar verwijst. Het bevoegde orgaan moet een verklaring afgeven, waaruit het recht op medische zorg blijkt. Als dat nodig is, kan het orgaan van de woonplaats de verklaring bij het bevoegde orgaan opvragen. Zolang het bevoegde orgaan de verklaring niet intrekt, mag het orgaan van de woonplaats ervan uitgaan dat deze geldig is en kan het dus ook eventuele kosten declareren bij het bevoegde orgaan. Het orgaan van de woonplaats is verplicht het bevoegde orgaan te informeren over iedere inschrijving of wijziging van de persoonlijke situatie die van invloed is op de inschrijving. Is dit artikel anders dan in de vorige verordening? Nee. De geldigheid van documenten stond in de besluiten van de Administratieve Commissie nummer 170, 185 en 203 van Verordening (EEG) 574/72 Corresponderende artikelen Artikel 17; artikel 22; artikel 24; artikel 25; artikel 26 Verordening (EG) 883/2004 Artikel 19; artikel 25; artikel 26; artikel 28; artikel 28 bis; artikel 29 Verordening (EEG) 1408/71 Artikel 17; artikel 26 tot en met 30 Verordening (EEG) 574/72 Relevante besluiten van de Administratieve Commissie De Administratieve Commissie heeft op 22 december 2009 besluit S6 genomen. In dit besluit staat hoe lidstaten data moeten vaststellen van de periode van inschrijving en daarmee de periode waarover lidstaten de kosten mogen berekenen. Deze data moeten overeenkomen met de data die op de documenten staan." |
| Alhier het in de laatste alinea genoemde Besluit S6. Ook daaruit blijkt dat het bevoegde orgaan dat de verklaring afgeeft niet het woonlandorgaan kan zijn (reden ook dat art. 23 Vo883/2004 niet betrokken is in art. 24 TVO en Besluit S6; immers in dat geval wordt het woonlandorgaan juist als het bevoegde orgaan aangewezen- namelijk als iemand tevens wettelijk pensioen uit het woonland heeft; een toezending van een verklaring van een orgaan aan zichzelf is dan overbodig) |
| Jan, De meest voorkomende situatie is dat het woonland aan iemand die daar wettelijk verzekerd is, een EHIC afgeeft voor verblijf in een andere lidstaat. Het is ook mogelijk dat het pensioenland een EHIC afgeeft aan degene die daar voortgezet wettelijk verzekerd is, maar niet aan degene die niet verzekerd is omdat hij niet voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden die elke lidstaat zelf mag bepalen (inkomen boven de loongrens, woonplaatsvooreiste, etc.). |
| "Het is onder titel III geregeld in art. 24 van de toepassingsverordening van Vo883/2004, en de taak is opgedragen aan het "bevoegde orgaan" . Artikel 24 van de TVO van 883/2004 betreft de toepassing van artikel 17 van de basisverordening: "1. Voor de toepassing van artikel 17 van de basisverordeningzijn de verzekerde en/of zijn gezinsleden verplicht zich te laten inschrijven bij het orgaan van de woonplaats. Hun recht op verstrekkingen in de lidstaat van de woonplaats blijkt uit een verklaring die door het bevoegde orgaan op verzoek van de verzekerdeof op verzoek van het orgaan van de woonplaats is verstrekt." Artikel 17 van de basisverordening betreft een "verzekerde" en zijn gezinsleden. Ook hierbij is te wijzen op de definitie van "verzekerde" volgens artikel 1.c: "wordt onder "verzekerde", ten aanzien van de onder titel III, hoofdstukken 1 en 3, vallende takken van sociale zekerheid, verstaan iedere persoon die voldoet aan de voorwaarden die voor het recht op prestaties worden gesteld door de wetgeving van de uit hoofde van titel II bevoegde lidstaat, met inachtneming van de bepalingen van deze verordening;" Dit verwijst dus niet naar artikel 24 van de basisverordening, maar wel degelijk naar de aanwijsregels van titel II. |
| zie over de verandering van afgifte van de EHIC bij introductie van 883/2004 (afgifte voor gepensioneerden niet langer door het woonland maar door het pensioenland) dit belangwekkende rapport van een Think Tank "Health Care for Pensioners": http://www.icng.eu/nieuws/10-3/ThinkTank_Pensioners_2009.pdf |
| Vorige discussie | Vandaag | Week | Maand | © Zorgwet.info |