| Ben nieuw op dit forum, maar was wel altijd een actief lezer. Nu echter heb ik een vraag waarbij het lezen me niet heeft kunnen helpen. In 2006 had ik een bedrijfspensioen zonder AOW of ander wettelijk pensioen. Ben nu doende mijn bezwaar tegen de CVZ afrekening 2006 te formuleren. Ik heb de oude discussie's over de bijdrage in relatie tot het bedrijfspensioen er op nageslagen maar een ding blijft me nog steeds onduidelijk : gaat het debat op dit forum over de bevoegdheid van het inhouden over een bedrijfspensioen danwel over de bevoegdheid van het ueberhaupt heffen over een bedrijfspensioen? In mijn geval is nl. nooit ingehouden door het pensioenfonds maar komt CVZ nu met de factuur in haar eindafrekening. Wie kan mij de eenduidigheid geven? |
| Als je nog geen 65 bent moet er voor toepassing van art. 28 of 28bis van Vo1408/71 en inhouding van de verdragsbijdrage een nederlands wettelijk pensioen zijn. De vraag is of je bedrijfspensioen onder 1 van de volgende categorieen valt, genoemd in bijlage VI van Vo1408/71 (ik citeer eerst een versie van 2006): c) Voor de toepassing van de artikelen 27 tot en met 34 van de verordening worden met pensioenen, verschuldigd krachtens de wettelijke regelingen genoemd onder b), (invaliditeit) respectievelijk c) (ouderdom) van de verklaring van het Koninkrijk der Nederlanden als bedoeld in artikel 5 van de verordening, gelijkgesteld: — pensioenen ingevolge de Wet van 6 januari 1966 (Staatsblad 6) houdende nieuwe regeling van de pensioenen van de burgerlijke ambtenaren en hun nabestaanden (Algemene burgerlijke pensioenwet); — pensioenen ingevolge de Wet van 6 oktober 1966 (Staatsblad 445) houdende nieuwe regeling van de pensioenen van militairen en hun nabestaanden (Algemene militaire pensioenwet); — pensioenen ingevolge de Wet van 15 februari 1967 (Staatsblad 138) houdende nieuwe regeling van de pensioenen van de personeelsleden van de NV Nederlandse Spoorwegen en hun nabestaanden (Spoorwegpensioenwet); — pensioenen ingevolge het Reglement dienstvoorwaarden Nederlandse Spoorwegen (RDV 1964 NS); — uitkeringen die bij pensionering vóór de leeftijd van 65 jaar worden verstrekt ingevolge een pensioenregeling die de verzorging van de werknemers en gewezen werknemers bij ouderdom ten doel heeft, of een uitkering ter zake van vervroegde uittreding uit het arbeidsproces ingevolge een van rijkswege dan wel bij of krachtens collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde regeling ter zake van vervroegde uittreding uit het arbeidsproces of een door de Ziekenfondsraad aan te wijzen regeling Vooral dat laatste gedachtenstreepje levert nogal eens discussie op. Ik ben van mening dat een bedrijfspensioen ( ook een bedrijfsvroegpensioen of VUT-uitkering) in het algemeen niet voldoet aan de definitie van wettelijke regeling van art. 1(j) van Vo1408/71. Vo1408/71 gaat namelijk alleen over wettelijke regelingen en dus ten onrechte in de bijlage staat. Er is echter nog geen jurisprudentie over bij mijn weten. In de laatstegeldende versie van 1408/71 van 07.07.2008 staat overigens bij de laatste twee gedachtenstreepjes het volgende: "- uitkeringen die bij pensionering vóór de leeftijd van 65 jaar worden verstrekt ingevolge een pensioenregeling die de verzorging van de gewezen werknemers bij ouderdom ten doel heeft, of een uitkering bij vervroegde uittreding uit het arbeidsproces ingevolge een van rijkswege of bij collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde regeling voor vervroegde uittreding uit het arbeidsproces voor personen van 55 jaar of ouder; — uitkeringen, die aan militairen en ambtenaren worden verstrekt ingevolge een regeling in het geval van overtolligheid, functioneel leeftijdsontslag en vervroegde pensionering." Vroegpensioen en VUT-uitkering zijn hier dus weer iets anders geformuleerd dan in de versie van 2006, maar ten principale blijft de vraag of bedrijfsvroegpensioenen en bedrijfsVUT-uitkeringen wel wettelijk zijn in de zin van art 1(j) van Vo1408/71. Voor militairen is recent het laatste gedachtenstreepje toegevoegd. Daar is meer voorstelbaar dat het een wettelijke regeling betreft in de zin van 1(j). Zie verder opmerkingen van Richard Garaud op dit forum over FPU van ABP dat niet altijd onder het eerste gedachtestreepje valt, afhankelijk van de rechtsstatus van je vroegere werkgevers. |
| "Als je nog geen 65 bent moet er voor toepassing van art. 28 of 28bis van Vo1408/71 en inhouding van de verdragsbijdrage" etc. Jan even een vraagje: wat is dan de situatie vanaf je 65ste ? Mvrgr Joop de Bruyn |
| Voor een zeer grote groep: de AOW ( evt. van de partner) als wettelijk pensioen dat de basis biedt voor toepassing van art. 28 en 28bis. |
| JdV: Ik was ervan uit gegaan dat vanaf 65 nog steeds alleen over AOW kan worden geheven. Bij een volledige AOW levert dat altijd voldoende heffingsmogelijkheden op. Toch laat CVZ over privé pensioenen inhouden. Hoe zit dit? |
| Nederland heeft een regeling (in de Regeling Zorgverzekering, art. 6.3.1.) ingesteld waarbij voor de AWBZ-component over het wereldinkomen box 1 de verdragsbijdrage wordt geheven, dus niet uitsluitend over de AOW als wettelijk pensioen. Voor de ZVWcomponent is dat over het ZVWinkomen zoals gedefinieerd in de Zorgverzekeringswet. Dat is in overeenstemming met het arrest Nikula, dat stelt dat de staten zelf de inkomensgrondslag mogen vaststellen voor de premie/bijdrage, maar wel met inachtneming van de beperkingen in dat arrest. De belangrijkste daarvan is dat de bijdrage niet hoger mag zijn dan het genoten wettelijke pensioen ( dus in dit geval: de AOW). VWS was op dit laatste punt in eerste instantie nog wat weigerachtig, maar CvZ deelt expliciet mee dat het zich eraan houdt. Tegen die begrenzing zal men echter pas aanlopen indien men een sterk gekort wettelijk pensioen heeft (en een niet te lage woonlandfactor). Die begrenzing geldt onder Vo1408/71. Onder Vo883/2004 wordt aangenomen dat die begrenzing niet meer geldt. |
| De Minister van SZW (Donner) heeft in december 2009 in antwoord op vragen van de 2de Kamer over de nieuwe Vo883/2004 gesteld dat Nederland op diverse manieren extra sociale zekerheidsbescherming biedt boven hetgeen Vo883/2004 vereist. Een daarvan is, zo stelt de minister, dat ook in bepaalde gevallen waarin men over niet-wettelijke pensioenen beschikt uit Nederland, deze gelijkgesteld worden met wettelijke pensioenen (kennelijk middels de hierboven geciteerde bijlage). Hoewel de minister het niet noemt zal hij doelen op de bedrijfsvroegpensioenen en VUT-uitkeringen, mogelijk ook nog op pensioenen uit een der andere categorieen. Gezien de strikte opvattingen van het EHvJ over de materiele werkingssfeer van Vo1408/71, die zich tot rechten en verplichtingen krachtens wettelijke regelingen beperkt, lijkt me deze eigenhandige uitbreiding dubieus, zeker als deze naar het oordeel van betrokkene te zijnen nadele uitpakt. |
| Vorige discussie | Vandaag | Week | Maand | © Zorgwet.info |