| ook in deze zaak (beroep in cassatie) is het belang van de arresten Gielen en Renneberg in geding. Het gaat over de vraag of buiten de regeling van art. 2.5. WetIB2011 (keuze voor binnenlands belastingplicht) aan buitenlands belastingplichtige (hier; inwoner van Belgie) bepaalde voordelen moeten wroden toegekend en of bij vervallen van die keuze de zogeheten terugnameregeling (voor eerder toegekende belastingvoordelen door Nederland) mogen worden teruggehaald. De AG concludeert dat hier aan een inhoudelijke behandeling niet dient te worden toegekomen aangezien er geen (financieel) belang is. zie op www.rechtspraak.nl LJN: BV0655, Hoge Raad, CPG 11/01321 Datum uitspraak: 15-12-2011 Datum publicatie: 13-01-2012 Rechtsgebied: Belasting Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: CONCLUSIE PG A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 11/01321 naar aanleiding van het beroep in cassatie van X, belanghebbende, tegen de uitspraak van de Rechtbank te 's-Gravenhage (hierna: de Rechtbank) van 8 februari 2011, nr. AWB 09/8518 In deze conclusie spelen twee vragen. De formele voorvraag is of belanghebbende voldoende procesbelang heeft behouden, nu de Inspecteur de onderhavige navorderingsaanslag tijdens het beroep heeft verminderd tot nihil. De op zichzelf interessante inhoudelijke vraag is of de huidige stand van het EU-recht met zich meebrengt dat belanghebbende, inwoner van België, ook zonder gebruik te hebben gemaakt van de keuzemogelijkheid van artikel 2.5, lid 1 Wet IB om zich te laten aanmerken als binnenlands belastingplichtige, toch de betaalde hypotheekrente met betrekking tot zijn in België gelegen eigen woning ten laste van zijn Nederlandse inkomen kan blijven brengen. Voor 2003 en 2004 heeft belanghebbende, die vanaf 5 maart 2003 in België woonde en wiens enige inkomen bestond uit in Nederland genoten inkomsten uit loondienst, bij aangifte gekozen voor behandeling als binnenlands belastingplichtige. Aan belanghebbende zijn overeenkomstig deze keuze aanslagen opgelegd. Omdat belanghebbende voor het jaar 2005 bij aangifte niet heeft gekozen voor behandeling als binnenlands belastingplichtige, is terugname gevolgd als voorzien ingevolge artikel 2.5, lid 3, Wet IB. Daartoe is over 2004 een navorderingsaanslag opgelegd waarin het belastbare inkomen over 2004 is vermeerderd met de in de jaren 2003 en 2004 afgetrokken hypotheekrente voor de in België gelegen eigen woning. Tijdens het aanhangig zijn van de onderhavige procedure met betrekking tot de navorderingsaanslag 2004 bij de Rechtbank, heeft de Inspecteur de navorderingsaanslag verminderd tot nihil op de grond dat een voor navordering benodigde 'nieuw feit' ontbrak. De Rechtbank heeft daarop het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Belanghebbende heeft gesteld dat hij op basis van jurisprudentie van het Hof van Justitie EG ook recht heeft op hypotheekrenteaftrek zonder gebruik te hebben gemaakt van de keuzemogelijkheid van art. 2.5, lid 1, Wet IB. Dat zou betekenen dat de terugname als voorzien ingevolge artikel 2.5, lid 3, Wet IB in strijd zou zijn met EU-recht. Het komt de A-G voor dat belanghebbende daarmee een interessante rechtsvraag heeft opgeworpen. Voor de opvatting van belanghebbende is steun te vinden in jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie, ofschoon de vraag niet beslist lijkt. Op 20 april 2010 heeft de Minister kamervragen over dit onderwerp beantwoord en nadere besluitvorming aangekondigd. Nadien lijkt de kwestie parlementair tot voorlopige stilstand te zijn gekomen. Het is voorstelbaar dat een procedure als deze zou kunnen leiden tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Er spelen hier echter formele, procedurele beperkingen. Nu de Inspecteur in het onderhavige geval de navorderingsaanslag, hangende beroep, heeft verminderd tot nihil, is de procedurele voorvraag of belanghebbende voldoende belang heeft behouden bij de onderhavige procedure. Een beroep waarbij het belang bij een belanghebbende ontbreekt of in de loop van het geding is ontvallen, dient niet-ontvankelijk te worden verklaard. 'Belang' is op te vatten als financieel belang. Het kan daarbij gaan om direct financieel belang bij vernietiging van de bestreden beschikking, doorgaans ziende op vermindering of algehele vernietiging van de aanslag. Het kan ook gaan om indirect financieel belang, zoals civielrechtelijke schadevergoeding. Het door een partij ingestelde beroep dient aldus, direct of indirect, tot een voor die partij gunstiger resultaat te kunnen leiden. Als zo een belang geheel ontbreekt (of hangende de procedure is komen te ontbreken) is een beroep, hoger beroep of beroep in cassatie (nadien) niet-ontvankelijk te achten, zodat niet (meer) kan worden toegekomen aan inhoudelijke behandeling van de grieven. De Inspecteur heeft de onderhavige navorderingsaanslag hangende het beroep verminderd tot nihil. Gezien deze omstandigheid en ook overigens is aan belanghebbende het enig belang bij voortprocederen komen te ontvallen. Het is mogelijk dat het bestuur hangende beroep geheel tegemoet komt aan het financiële belang dat een belanghebbende heeft bij een bepaalde procedure. Dat brengt met zich mee dat het bestuur het in zoverre in de hand heeft een beroep, vooraf aan of hangende de beroepsprocedure, niet-ontvankelijk te laten worden, zodat de behandeling van inhoudelijke rechtsvragen niet meer kan worden toegekomen. Dat is het onherroepelijke gevolg van het uitgangspunt dat voor een (fiscale) beroepsprocedure inhoudelijk slechts plaats is indien die althans kan leiden tot een voor een belanghebbende gunstiger financieel resultaat. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbende niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. |
| Vorige discussie | Vandaag | Week | Maand | © Zorgwet.info |