| Aanpassing coördinatieverordening sociale zekerheid Vo 883/2004: medische zorg nabestaanden De Europese Commissie heeft een voorstel gedaan om de coördinatieverordening sociale zekerheid aan te passen. Het Europees Parlement kan slechts amendementen indienen op de artikelen die door de Commissie worden aangepast. Ria Oomen-Ruijten heeft een amendement ingediend op bijlage XI. Deze bijlage regelt de medische zorg van grensoverschrijdende gepensioneerden. Bij deze groep doet zich een probleem voor in het volgend geval: Een gepensioneerde woont in EU-lidstaat (Spanje, Duitsland enz.) . De gepensioneerde ontvangt een vroegpensioen of een AOW-uitkering plus aanvullend pensioen. De huwelijkspartner (61 jaar) van deze gepensioneerde heeft geen eigen inkomen. Beide personen hebben in hun woonland recht op medische zorg ten financiële laste van Nederland. Beiden zijn als verdragsgerechtigden ingeschreven bij CVZ. Wanneer de gepensioneerde overlijdt, heeft de nabestaande vaak geen aanspraak op een Anw/AOW-uitkering. Wel ontvangt de nabestaande vaak een niet-wettelijk aanvullend nabestaandepensioen. Omdat dit pensioen niet op de bijlage XI staat, heeft de nabestaande geen recht meer op medische zorg ten laste van Nederland. Het CVZ beëindigt de inschrijving. De nabestaande zal zich in de woonstaat moeten verzekeren. In een groot aantal gevallen leidt dat tot problemen. Vanaf 65 jaar ontvangt de nabestaande meestal een AOW-uitkering. Dit leidt er toe dat betrokkene dan wel weer recht heeft op medische zorg ten financiële laste van Nederland. Om deze (overgangs)problemen te voorkomen wordt er voorgesteld om aanvullende nabestaandenpensioenen op te laten nemen op bijlage XI van Vo 883/2004. De letterlijke tekst van het amendement op bijlage XI (Nederland), punt 1, letter f luidt toevoegen: "nabestaandenpensioenen verstrekt ingevolge een van rijkswege of bij collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde pensioenregeling’’ |
| Speciaal voor dat soort gevallen hebben een aantal Spaanse deelstaten een mogelijkheid in het leven geroepen je aan te sluiten bij de sociale verzekering tegen een betaling van € 270 (Valencia) per kwartaal. |
| En in Catalonië is het gratis!!!!! Geen premie, nada, nada. Een brief van het Cvz met daarin de verklaring dat er geen recht bestaat op publieke gezondheidszorg is voldoende, maar oh, oh, hoe moeilijk is het zo'n brief los te krijgen van het Cvz. Een goede kennis van mij heeft er alle ervaring mee. Altijd goed voor hilariteit. Uiteindelijk heeft zij haar "tarjeta" gekregen door de folder van het Cvz te vertalen en voor te leggen aan de instanties hier. Hierbij zij opgemerkt dat zij een uitstekende particuliere verzekering heeft, maar zij wilde het "traject" wel eens afleggen "just for the heck of it". |
| Op grond van EU-wetgeving kan elke lidstaat van degenen die op zijn grondgebied wonen of werken, verlangen dat zij particulier of anderszins verzekerd zijn. Dat geldt ook voor immigranten, maar niet voor emigranten.die niet meer op hun grondgebied wonen of werken.Zij vallen onder de competentie van een andere lidstaat. Daar staat tegenover dat de lidstaten dan ook de mogelijkheid tot verzekering moeten bieden. Voor degenen die (legaal) de kost verdienen is dat geen probleem. Het zijn jongeren met gemiddeld lage ziektekosten die voor elke verzekeraar aantrekkelijk zijn en veelal via hun werk verzekerd zijn. Anders ligt het bij degenen die geen (aantoonbaar) inkomen of inkomsten uit een ander land genieten, zoals daklozen, asielzoekers, werklozen, zwervers, zwartwerkers, verslaafden en illegalen. Tot dit illustere gezelschap behoren ook de gepensioneerden uit andere lidstaten. Het probleem is dat hoe dan ook de noodzakelijke medische zorg moet worden geboden. Je laat mensen met een gebroken been of een hartinfarct niet op straat liggen. Om te voorkomen dat de zorgverleners (artsen, apothekers, ziekenhuizen) dan de dupe zijn (zelfs failliet kunnen gaan), hebben veel lidstaten een vangnet ontworpen. Dat geldt voor een aantal Spaanse deelstaten, maar ook bijvoorbeeld voor Frankrijk met zijn CMU, maar het is niet de bedoeling dat daarvan "misbruik" wordt gemaakt. Daarom gaat men voor gepensioneerde immigranten er van uit dat zij in hun land van herkomst verzekerd zijn. In een deel van de gevallen is dat juist, bijvoorbeeld voor veel particulier verzekerden en voor voortgezet verzekerden bij de Duitse Krankenkasse, maar Nederland heeft het paard achter de wagen gespannen door zijn goed verzekerde gepensioneerden in het buitenland (fondsverzekerden en particulieren) onverzekerd te maken en bovendien van zijn nieuwe ziektekostenstelsel uit te sluiten. In plaats daarvan is de betrokkenen voorgespiegeld dat zij in hun woonland verzekerd zijn.en het woonland (en het EHvJ) is voorgespiegeld dat zij in Nederland verzekerd zijn. Dat is opgedist onder het mom van een "verdragsrecht" dat niet bestaat, omdat de bevoegdheid tot het toekennen van prestaties van sociale zekerheid op grond van het verdrag en volgens vaste rechtspraak van het EHvJ uitsluitend bij de lidstaten berust. Het resultaat is dat zij zich niet kunnen beroepen op een particuliere polis en evenmin op een wettelijk recht op medische zorg, tenzij zij zich op grond van de wetgeving van hun woonland kunnen verzekeren. Dat is dan wel een gegeven paard dat je niet in de bek mag kijken. |
| Vreemd, dat zich dat fenomeen zich nu PAS voordoet, 6 jaren nadat de ZVW is ingevoerd. Zijn er in de tussentijd dan geen gepensioneerden overleden die hun jongere partner achterlieten?? |
| Dit is geen zaak die in de ZVW geregeld kan worden, maar een zaak voor de verordening (en bilaterale verdragen). Ik persoonlijk heb diverse malen bericht gekregen dat deze gevallen zich voordeden (en nabestaanden zich soms gedwongen voelden een baantje te gaan zoeken om verzekerd te zijn tegen ziektekosten). Overigens hoeven de overblijvende partners niet per se jonger te zijn. Het gaat erom dat ze hun (wettelijke) ziektekostenverzekering/rechten op verstrekkingen die gebonden was/waren aan die van hun partner door diens overlijden verliezen. |
| "hun (wettelijke) ziektekostenverzekering/rechten op verstrekkingen die gebonden was aan die van hun partner." Waar haal je die "(wettelijke) ziektekostenverzekering/rechten" vandaan? Het zou voor Nederland een eenvoudige zaak zijn die rechten te verlenen, maar de ZVW verleent geen recht op verstrekkingen aan personen die niet in Nederland wonen of werken, terwijl Nederland heel goed weet dat de bevoegdheid tot het toekennnen van rechten van sociale zekerheid uitsluitend bij de lidstaten beruist. |
| zie het antwoord hierboven in de motivering van het amendement: Voor overlijden van de eerste partner geldt namelijk als uitgangssituatie: " Beide personen hebben in hun woonland recht op medische zorg ten financiële laste van Nederland. Beiden zijn als verdragsgerechtigden ingeschreven bij CVZ. " |
| Medische zorg komt alleen ten laste van een lidstaat "indien de rechthebbende krachtens de wetgeving van die lidstaat recht op verstrekkingen heeft" (artikel 28 lid 2 van Vo 1408/71). Dat moet die lidstaat eerst op een daartoe strekkend verzoek met een gewaarmerkte verklaring bevestigen (artikel 29 lid1 en lid 2 van Vo 574/72). Het afgeven van onjuiste verklaringen is in strijd met de gemeenschapstrouw (artikel 10 EG). Dit is prevalerend gemeenschapsrecht. De motivering van het amendement is daarmee niet in overeenstemming |
| Dit is dus weer een cirkelredenering. Of ik begrijp het verkeerd: de motivering staat in het amandement en is dus niet in de wet opgenomen. Als de wetgever in zijn GROTE wijsheid niet naief was geweest, had HIJ dit moeten voorzien en niet anders...Maar is alleen maar in de haast "vergeten". |
| Of dit vergeten is, en dan wel door de gemeenschapswetgever, is nog maar de vraag. De verordening gaat er vanuit dat men rechten (en plichten) verkrijgt (in verband met grensoverschrijding) op grond van een achterliggende nationale wettelijke status voor enige tak van sociale zekerheid, hetzij rechtstreeks als individu, hetzij als gezinslid. In het betrokken geval verdwijnt die achterliggende wettelijke status voor de langstlevende partner indien men rechten had die berustten op medegerechtigdheid via de partner en die partner inmiddels is overleden. Nu is echter wel de vraag of dat amendement geaccepteerd zal worden terwijl de langstlevende partner slechts over bijv. een bedrijfs(nabestaanden)pensioen zou beschikken. Het past namelijk niet erg goed in de systematiek van de verordening waar uitdrukkelijk uitgesloten is dat deze over niet-wettelijke, collectieve regelingen zou gaan. Anderzijds is er wel een precedent, met name voor Nederalnd. Vroeggepensioneerden met alleen een bedrijfspensioen worden immers voor Nederland gelijkgesteld met personen die een wettelijk ouderdomspensioen hebben, in een bijlage. Voor die opname speelde een soortgelijke argumentatie: op den duur zal betrokken vroeggepensioneerde bij ouder worden wel AOW krijgen en dan dus toch in aanmerking komen voor het "verdragsrecht". |
| Slap verhaal, de wetgever heeft de plicht met alle ingezetenen rekening te houden en mag niet uitgaan van over een aantal jaren komt het wel goed. |
| Tja, anderen zeggen weer: als ik slechts over een bedrijfspensioen beschik dient de Verordening geen bemoeienis met mij te hebben, althans niet in verband met het recht op ziekteverstrekkingen. Sterk verhaal, he? Maar ik kan me goed voorstellen dat de weduwe die eerste medegerechtigd was tot verstrekkingen via haar man het moeilijk kan verteren dat de door ontvangen bescherming plotsklaps wegvalt als je man overlijdt. Je zit er niet op te wachten als je in een rouwperiode komt. En denk eens aan de mogelijkheid dat die weduwe de ernstig gehandicapte overlevende is van een autongeluk (beiden in de auto), waarbij haar man overleed. Dat is niet zo'n erg theoretische mogelijkheid. Dan kunnen de gigantische kosten wel eens heel schrijnend worden voor die weduwe. |
| Heren, ik ben oa een van diegenen die dit aangekaart heeft bij Ria Oomen. Dit nav een rechtszaak die een weduwe van een gewezen militair gevoerd heeft tegen de Nl-se staat waarbij deze mevrouw op de dag van het overlijden van haar echtgenoot haar verdragsrecht verloor. Ook voor ons gold deze situatie. Reeds bij invoering van de Zvw werden wij verrast door het feit dat in de oude verordening mijn UGM – (Uitkeringswet Gewezen Militairen) uitkering niet genoemd werd. Wij zijn pas ingaande 2007 onder het verdragsrecht gebracht. De situatie zou zich(voor ons) kunnen voordien dat ik een week voor mijn echtgenote 65 jr wordt kom te overlijden. Om 24.00 u op die dag zou mijn echtgenote haar afgeleid verdragsrecht verliezen. Mijn nabestaandenpensioen was, volgens de verordening, niet wettelijk. Een week later, op haar 65e verjaardag, zou zij dan weer verplicht onder het verdragsrecht vallen omdat zij vanaf dat moment, als AOW ontvanger, weer een wettelijke uitkering zou ontvangen. Stelt U zich maar eens voor dat U vandaag Uw partner verliest en als 'bonus' vanavond ook nog uw ziektekostenverzekering. ik geloof niet dat U dan als eerste morgen probeert om een ziektekostenverzekering (met alle ellende van leeftijddiscriminatie en acceptatie) te regelen. Wij zijn beiden nu 61jr en dit had anders nog ruim 3jr als een 'zwaard van damocles' boven ons gehangen. ik ben tevreden. |
| "ik ben tevreden" Het moet nog wel geregeld worden |
| "Het moet nog wel geregeld worden" Wettelijk, want de bevoegdheid tot het toekennen van prestaties van sociale zekerheid berust op grond van het verdrag en vaste rechtspraak van het EHvJ uitsluitend bij de wetgevers van de lidstaten. |
| Neen, hoor. Dat heeft Ria Oomen, (en ook Gerrit van Drie die zich tot een Europees en niet een Nederlands parlementslid richtte) goed gezien: een amendement op de verordening (zelfs in een bijlage) is voldoende om het te kunnen regelen. |
| "Neen hoor." Wijziging van de Verordening vereist (unanieme) goedkeuring van de Europese Raad (d.w.z. alle lidstaten). Bijlagen (in casu bijlage XI van Vo 883/2004) vermelden slechts "bijzonderheden betreffende de toepassing" van de wetgeving van bepaalde lidstaten, maar veranderen niets aan hun wetgeving, want die bevoegdheid en met name de bevoegdheid tot het toekennen van socialezekerheidsrechten, berust op grond van het verdrag en volgens vaste rechtspraak van het EHvJ uitsluitend bij de lidstaten. Elke lidstaat bepaalt zelf de aansluitingsvoorwaarden van zijn wettelijke stelsels(s). Dat geldt ook voor Nederland, maar de bevoegdheid daartoe berust uitsluitend bij de Nederlandse wetgever. |
| De EC kan een voorstel indienen tot wijziging van de verordening. Dat is thans aan de orde. Lidstaten en het EP kunnen aan de EC bijzondere voorstellen doen (amendementen) in het kader van zo'n wijzigingsprocedure.. Dat kan van tweerlei aard zijn: 1) een verbetering/verandering/opneming van een artikel in de verordening als zodanig (en dan wordt dat geacht van toepassing te zijn op alle landen die onder de Verordening vallen, of 2) een bijzonder bepaling die alleen voor een bepaald land van betekenis is. In het laatste geval gaat dat vrijwel altijd via een wijziging van een bijlage, waarin de bijzondere bepalingen voor elk land afzonderlijk staan. Vermoedelijk is met dit amendement 2) aan de orde ten behoeve van Nederland. De Raad van EU Ministers, na inspraak van het EP, keurt uiteindelijk inderdaad een wijziging van de Verordening goed. Is eenmaal een bijlage gewijzigd dan bevat deze rechtstreeks geldend recht, uitgaand boven nationaal recht. Nederland harmoniseert echter de bepalingen in een Verordening met zijn nationale wetgeving, zo blijkt. In dit geval, als het amendement is aangenomen, is er geen reden tot verandering van de Nederlandse wetgeving. immers nabestaanden vallen na dit amendement onder de personenkring van art. 69 lid 1 ZVW: ze hebben dan, net als partners van "verdragsgerechtigden", met toepsasisng van de verordening recht op ziekteverstrekkingen. Nadere verandering van de aansluitvoorwaarden voor deze groep in de nationale wetgeving van Nederland is dan ook niet meer nodig. Verder is het daarmee ook dwingend (gemeenschaps)recht geworden. Dat is niet bezwaarlijk omdat die groep nu eenmaal juist niet elders voor zkv terecht kon: ook niet bij particuliere verzekeringen. |
| De Koninklijke weg voor het toekennen van sociale rechten is het toekennen van die rechten. Dat kan Nederland even goed als elke andere lidstaat. Een bijlage van de Verordening die betrekking heeft op de "toepassing" van de wetgeving van een lidstaat, verandert niets aan de wetgeving van die lidstaat, want de bevoegdheid tot het toekennen van socialezekerheidsrechten berust uitsluitend bij de wetgevers van de lidstaten. Een vermelding onder valse vlag van een niet door een lidstaat toegekend recht, is daartoe niet te rekenen. |
| Zie echter de reactie van Gerrit van Drie hierboven.Die heeft gestreden voor dit amendement. |
| Vorige discussie | Vandaag | Week | Maand | © Zorgwet.info |