K. Hoofdstuk I, afdeling I, artikel III. Ziekenfondswet wordt als
volgt gewijzigd:
1. Onderdeel A komt te luiden als volgt:
A. Artikel 3c wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid komt te luiden als volgt:
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder inkomen verstaan
het gecorrigeerde verzamelinkomen, onderscheidenlijk het gecorrigeerde
belastbare loon. Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld welk tijdvak
voor de bepaling van het inkomen in aanmerking wordt genomen en
worden regels gesteld ter uitvoering van de tweede volzin van het eerste
lid.
2. Aan het artikel worden tien leden toegevoegd, die komen te luiden:
6. Het gecorrigeerde verzamelinkomen is het verzamelinkomen,
bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001, verminderd
met:
a. indien in het tijdvak de zelfstandigenaftrek, bedoeld in artikel 3.76
van de Wet inkomstenbelasting 2001, is toegepast: f 2987;
b. indien in het tijdvak loon wordt genoten: het hoogste van de uit de
toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen:
1e. bij loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar
niet minder dan f 263 en niet meer dan f 3538;
2e. bij loon uit vroegere dienstbetrekking: f 1073;
c. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen
kosten van woon-werkverkeer (reiskostenforfait), maar niet meer dan
f 2070;
d. indien in het kalenderjaar 2000 loon uit dienstbetrekking wordt
genoten: het bedrag van de in dat jaar in aanmerking genomen aftrekbare
kosten terzake van inkomsten uit arbeid andere dan kosten van woon-werkverkeer,
na toepassing van artikel 37, tweede lid, van de Wet op de
inkomstenbelasting 1964, verminderd met 12% van het loon uit tegenwoordige
dienstbetrekking in dat jaar, maar met niet minder dan f 263 en
met niet meer dan f 3538;
e. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen
renten van schulden, kosten van geldleningen daaronder begrepen,
bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de inkomstenbelasting
1964;
f. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen
premies voor lijfrenten, maar niet meer dan f 6179, verminderd met
f 2283, maar niet verder dan tot nihil; indien bij de echtgenoot van degene
van wie het gecorrigeerd verzamelinkomen wordt berekend geen premies
voor lijfrenten in aanmerking genomen zijn, worden de bedragen van
f 6179 en f 2283 verhoogd tot f 12 358 respectievelijk f 4566;
g. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen
uitgaven tot voorziening in het levensonderhoud van kinderen en
pleegkinderen van 27 jaar en ouder, alsmede andere bloed- en aanverwanten
in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn, bedoeld in
artikel 46, eerste lid, onderdeel a, onder 2e, van de Wet op de inkomstenbelasting
1964.
7. In het zesde lid wordt onder loon verstaan loon in de zin van de Wet
inkomstenbelasting 2001.
8. Het gecorrigeerde belastbare loon is het belastbare loon, bedoed in
artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met:
a. het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen
voortvloeiende bedragen:
1e. bij loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar
niet minder dan f 263 en niet meer dan f 3538;
2e. bij loon uit vroegere dienstbetrekking: f 1073;
b. de bedragen, bedoeld in het zesde lid, onderdelen c tot en met g.
9. Voor de toepassing van het eerste lid wordt het inkomen voorts
verminderd met f 695.
10. De in het zesde lid, onderdelen c tot en met g, en achtste lid,
onderdeel b, bedoelde correctieposten, worden over het tijdvak 2001 voor
het geheel in aanmerking genomen, over het tijdvak 2002 voor 2/3 deel en
over het tijdvak 2003 voor 1/3 deel.
11. Met loon uit tegenwoordige dienstbetrekking wordt gelijkgesteld:
a. loon genoten wegens tijdelijke arbeidsongeschiktheid, anders dan
ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen behoudens uitkeringen
in verband met bevalling, en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten;
b. loon in de vorm van uitkeringen ingevolge de Wet financiering
loopbaanonderbreking en aanvullingen daarop door degene tot wie de
belastingplichtige in dienstbetrekking staat.
12. Onverminderd het bepaalde in het negende lid wordt over het
tijdvak 2004 en volgende tijdvakken, in afwijking van het derde lid, onder
inkomen verstaan het verzamelinkomen, bedoeld in artikel 2.18 van de
Wet inkomstenbelasting 2001, verminderd met f 1073.
13. De inspecteur die ingevolge artikel 3 van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen bevoegd is tot heffing van belastingen van de verzekerde
of zijn eventuele echtgenoot, bepaalt op verzoek van de Sociale Verzekeringsbank
het inkomen, bedoeld in het derde lid, over de tijdvakken 2001,
2002 of 2003 van de desbetreffende verzekerde of zijn eventuele
echtgenoot.
14. De in het dertiende lid bedoelde inspecteur verstrekt de gegevens
inzake het inkomen bedoeld in het derde lid over de tijdvakken 2001, 2002
of 2003 aan de Sociale Verzekeringsbank. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen hiervoor nadere regels worden gesteld.
15. Indien het inkomen moet worden bepaald over een aan het
kalenderjaar 2001 voorafgaand tijdvak, wordt in afwijking van het derde
lid uitgegaan van alle inkomsten waarover ingevolge de artikelen 3 en 48
van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 inkomstenbelasting verschuldigd
is.
2. Onderdeel B komt te luiden als volgt:
B. Artikel 3d wordt als volgt gewijzigd:
1. Het vierde lid, eerste volzin, kom te luiden:
4. Voor de toepassing van het eerste en het derde lid wordt onder
inkomen verstaan de som van het belastbare inkomen uit werk en
woning, het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang en het belastbare
inkomen uit sparen en beleggen, verminderd met de correctieposten
bedoeld in artikel 3c, zesde lid, onderdelen a tot en met g, met dien
verstande dat indien de berekening van het belastbare inkomen uit werk
en woning of het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang tot een
negatief bedrag leidt, dat inkomen op nul wordt gesteld.
2. Aan het artikel worden drie leden toegevoegd, die komen te luiden:
7. Artikel 3c, tiende lid, is van overeenkomstige toepassing.
8. Over het tijdvak 2004 en volgende tijdvakken wordt, in afwijking van
het vierde lid, onder inkomen verstaan de som van het belastbare
inkomen uit werk en woning, het belastbare inkomen uit aanmerkelijk
belang en het belastbare inkomen uit sparen en beleggen, verminderd
voor de tijdvakken 2004 en 2005 met f 2987; met dien verstande dat indien
de berekening van het belastbare inkomen uit werk en woning of het
belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang tot een negatief bedrag leidt,
dat inkomen op nul wordt gesteld.
9. Indien het inkomen moet worden bepaald over een aan het kalenderjaar
2001 voorafgaand kalenderjaar, wordt, in afwijking van het vierde
lid, onder inkomen verstaan: voor binnenlands belastingplichtigen, het
inkomen bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de inkomensbelasting
1964 en voor buitenlands belastingplichtigen het binnenlandse
inkomen bedoeld in artikel 48, eerste lid, van die wet met dien verstande
dat indien de berekening van het inkomen tot een negatief bedrag leidt,
dat inkomen op nul wordt gesteld.
3. Onderdeel C komt te luiden als volgt:
C. Artikel 15a wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "het inkomen, bedoeld in artikel 3d, vierde lid"
vervangen door: het inkomen, bedoeld in artikel 3d, vierde, zevende en
achtste lid.
2. In het derde lid wordt "de artikelen 64, 65 en 66a van de Wet op de
inkomstenbelasting 1964" vervangen door: de artikelen 3.154 en 9.4 van
de Wet inkomstenbelasting 2001.