Regeling tijdvak en inkomen ziekenfondsverzekering zelfstandigen
13 december 1999/Z/VV-2027136
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën;
Gelet op artikel 3d, vierde lid, van de Ziekenfondswet,
Besluit:
Artikel 1
- In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. zelfstandige:
- een persoon als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
- b. inkomen:
- het inkomen, bedoeld in artikel 3d, vierde lid, van de Ziekenfondswet;
- c. winst uit onderneming:
- winst uit onderneming als bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 2, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964;
- d. basisreferteperiode:
- de periode van het derde tot en met het vijfde jaar vóór het kalenderjaar waarvoor de beoordeling ingevolge de Ziekenfondswet plaatsvindt.
- Met een zelfstandige wordt gelijkgesteld degene die over enig jaar vóór 1 januari 1998 winst uit onderneming genoot.
Artikel 2 (toegevoegd bij besluit van 25 augustus 2000 Z/VV-2101232)
In afwijking van het eerste lid wordt op aanvraag van de zelfstandige
voor de toepassing van artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet het
gemiddelde van zijn inkomens over twee jaren in de basisreferteperiode in
aanmerking genomen. De aanvraag wordt slechts in behandeling genomen
indien deze is gedaan binnen zes weken na dagtekening van de in artikel
3d, tweede lid, van de Ziekenfondswet bedoelde verklaring.
Artikel 3- Voor de toepassing van artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet voor enig jaar wordt ten aanzien van een zelfstandige die gedurende de basisreferteperiode en daarna zelfstandige is gebleven, in aanmerking genomen het gemiddelde van de definitief vastgestelde inkomens over de jaren van de basisreferteperiode.
- Indien over enig jaar het inkomen nog niet definitief is vastgesteld, wordt het voorlopig vastgestelde inkomen in aanmerking genomen.
- Indien over enig jaar het inkomen nog niet voorlopig is vastgesteld, wordt het inkomen volgens de aangifte voor dat jaar in aanmerking genomen.
- Indien over enig jaar nog geen aangifte is gedaan, wordt voor dat jaar het laatste door de belastingplichtige aan de Inspecteur opgegeven geschatte inkomen voor dat jaar in aanmerking genomen.
- Indien over enig jaar door de belastingplichtige geen schatting van zijn inkomen aan de Inspecteur is opgegeven, wordt voor dat jaar het door de Inspecteur te schatten inkomen in aanmerking genomen.
- Voor het jaar 2000 wordt in afwijking van het eerste lid op aanvraag van de zelfstandige voor de toepassing van artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswet, het gemiddelde van zijn inkomens over twee jaren in de basisreferteperiode in aanmerking genomen.
- Het zesde en zevende lid vervallen met ingang van 1 januari 2001.
(Noot JE: Het zesde en zevende lid zijn al vervallen bij besluit van 25 augustus 2000 Z/VV-2101232)
Artikel 4
- Voor de toepassing van artikel 3d, eerste lid van de Ziekenfondswet, wordt ten aanzien van degene die in het voorafgaande jaar nog geen zelfstandige was, voor het eerste en voor de drie daarop volgende jaren in aanmerking genomen het inkomen over het jaar waarin hij zelfstandige is geworden. Voor het daaropvolgende jaar wordt het gemiddelde inkomen in aanmerking genomen dat hij in het eerste en tweede jaar heeft genoten.
- Het bepaalde in artikel 2, derde tot en met zesde lid, is op het eerste lid van overeenkomstige toepassing. De peildatum voor de vaststelling van het inkomen voor de beoordeling van de ziekenfondsverzekering van een zelfstandige voor het eerste jaar is het tijdstip waarop de schatting van het inkomen door de zelfstandige wordt gedaan. De peildatum voor de vaststelling van het inkomen voor de beoordeling van de ziekenfondsverzekering van een zelfstandige voor het tweede tot en met het vijfde jaar is telkens 1 oktober.
Artikel 5
- Voor de beoordeling van de ziekenfondsverzekering van een zelfstandige voor het jaar 2000 wordt in aanmerking genomen:
- a. voor een zelfstandige die vanaf 1996 en daarna zelfstandige is gebleven:
- het gemiddelde inkomen dat hij heeft genoten over de jaren 1996 en 1997;
- b. voor een zelfstandige die vanaf 1997 en daarna zelfstandige is gebleven:
- het inkomen over 1997;
- c. voor een zelfstandige die vanaf 1998 en daarna zelfstandige is gebleven:
- het inkomen over 1998;
- d. voor een zelfstandige die in 1999 voor het eerst verzekerd is geworden ingevolge artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen:
- het geschatte inkomen over 1999.
- Voor de in het eerste lid, onder b tot en met d, bedoelde zelfstandige wordt voor het jaar 2001 als inkomen in aanmerking genomen:
- a. voor de zelfstandige, bedoeld onder b:
- het gemiddelde inkomen dat hij heeft genoten in 1997 en 1998;
- b. voor de zelfstandige, bedoeld onder c:
- het inkomen dat hij in 1998 heeft genoten;
- c. voor de zelfstandige, bedoeld onder d:
- het inkomen dat hij in 1999 heeft genoten.
- Voor de in het eerste lid, onder c en d, bedoelde zelfstandige wordt voor het jaar 2002 als inkomen in aanmerking genomen:
- a. voor de zelfstandige, bedoeld onder c:
- het gemiddelde inkomen dat hij heeft genoten in 1998 en 1999;
- b. voor de zelfstandige, bedoeld onder d:
- het inkomen dat hij in 1999 heeft genoten.
- Voor de in het eerste lid, onder d, bedoelde zelfstandige wordt voor het jaar 2003 als inkomen in aanmerking genomen het gemiddelde inkomen dat hij in 1999 en 2000 heeft genoten.
- Het bepaalde in artikel 2, tweede tot en met vijfde lid, is op het eerste tot en met vierde lid van overeenkomstige toepassing. De peildatum voor de vaststelling van het inkomen voor de beoordeling van de ziekenfondsverzekering van een zelfstandige is telkens 1 oktober.
Artikel 6
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2000.
Uit: Staatscourant 1999, nr. 248 / pag. 13 1
Regeling tijdvak en inkomen ziekenfondsverzekering zelfstandigen
VWS
Lees het laatste nieuws op http://www.monitor.nl/ziek.html!