Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belastingkamer
Postbus 70583
5201 CZ DEN BOSCH

Datum : 7 februari 2000
Bijlage(n) : -
Onderwerp : Verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening

Geachte President,

Op 21 januari 2000 heb ik van de inspecteur van de belastingdienst een beschikking ontvangen met daarin een uitspraak op het door mij ingediende bezwaarschrift tegen zijn beschikking van 9 november 1999. Op 28 december 1999 heeft u de werking van laatstgenoemde beschikking geschorst (BK/B-99/30463).
Heden heb ik bij uw Hof beroep ingesteld tegen de uitspraak op het bezwaar. Gelet op het bepaalde in artikel 27 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen juncto artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna te noemen Awb) verzoek ik u om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de werking van het besluit op bezwaar in afwijking van artikel 6:16 Awb met onmiddellijke ingang wordt geschorst totdat door uw Hof uitspraak is gedaan in de bodemprocedure. Daarnaast verzoek ik u om met toepassing van de artikelen 8:75 en 8:82 Awb de Staat der Nederlanden te veroordelen om aan mij te vergoeden:
  1. het betaalde griffierecht, en
  2. de proceskosten, bestaande uit: (1) verletkosten in verband met de benodigde tijd voor het schrijven van dit verzoekschrift en het bijwonen van de in het kader van dit verzoek te houden rechtszitting (inclusief de reistijd) en (2) de nader te specificeren kosten in verband met het in het kader van deze procedure aangetekend te verzenden stukken.
Met betrekking tot de voor deze zaak relevante stukken volsta ik met een verwijzing naar de stukken zoals ik die heb gevoegd bij het heden door mij bij uw Hof ingediende beroepschrift.

De gronden van het verzoek luiden als volgt:
  1. De beschikking waarvan hier wordt gevraagd de werking te schorsen is in strijd met de wet, althans het recht. Hiertoe verwijs ik naar mijn beroepschrift. Dit betekent dat in beginsel verder niet meer van belang is of er sprake is van een spoedeisend belang. Uit de parlementaire geschiedenis van de Algemene wet bestuursrecht, in het bijzonder de Memorie van Antwoord, blijkt immers dat indien de onrechtmatigheid van het besluit vast staat er daarmee reeds voldoende grond is voor het treffen van een voorlopige voorziening. Een belangenafweging hoeft dan niet meer plaats te vinden. Mocht u echter toch van mening zijn dat er nog reden is om aandacht te besteden aan de vraag of er sprake is van een spoedeisend belang dan ben ik van mening dat dit wel degelijk het geval is.
  2. Het treffen van een voorlopige voorziening is noodzakelijk nu onverwijlde spoed dit gelet op mijn belangen dit vereist. Er kan niet gewacht worden op de afhandeling van het geschil in beroep.
    De in beroep bestreden beschikking strekt ertoe mij verplicht te verzekeren tegen ziektekosten op grond van de Ziekenfondswet. Indien hieraan gevolg wordt gegeven dan dien ik me voor 1 maart 2000 aan te melden bij een zorgverzekeraar die de Ziekenfondswet uitvoert onder gelijktijdige opzegging van mijn lopende particuliere ziektekostenverzekering. Bij gegrondverklaring van het beroep zal ik deze handelingen ongedaan moeten maken. Met andere woorden: ik zal me opnieuw bij een particuliere ziektekostenverzekeraar moeten verzekeren. Gelet op de polisvoorwaarden die particuliere ziektekostenverzekeraars hanteren is dit laatste alleen mogelijk tegen slechtere voorwaarden dan de reeds lopende particuliere verzekering. Zo zal jaarlijks een hogere premie betaald moet worden dan nu het geval is als gevolg van het feit dat ik me op een hogere leeftijd dan voorheen opnieuw particulier moet verzekeren. Daarnaast kunnen er zich verzekeringstechnisch acceptatieproblemen voordoen indien ik, voordat uw Hof een besluit heeft genomen op het beroep, te maken zou krijgen met zware medische problemen, ongeacht de oorzaak hiervan.
    Het is dus niet mogelijk om bij gegrondverklaring van het beroep de rechtsgevolgen van het bestreden besluit volledig ongedaan te maken. Weliswaar kan een schadevergoeding worden toegekend, doch de hoogte hiervan is in feite niet te bepalen nu deze afhankelijk is van een aantal onzekere toekomstige omstandigheden, waaronder het moment waarop ik kom te overlijden. Immers, de slechtere voorwaarden waaronder ik na gegrondverklaring van het beroep een nieuwe particuliere ziektekostenverzekering zal moeten afsluiten, zullen tot in lengte van jaren blijven voortduren. Tegenover mijn belang zoals hiervoor omschreven staat het belang van de Staat der Nederlanden om zelfstandigen met een laag inkomen tegen ziektekosten te verzekeren en daarvoor premies te innen. Doel van de Wet zelfstandigen in het ziekenfonds is, kort samengevat, het tegen betere voorwaarden verzekeren tegen ziektekosten van zelfstandigen met een laag inkomen. Indien ik me als gevolg van een schorsing van het besluit niet onmiddellijk via de Ziekenfondswet tegen ziektekosten verzeker, wordt het belang van de Staat der Nederlanden echter op geen enkele wijze geschaad. Immers, zelfstandigen met een laag inkomen kunnen zich nog steeds bij het ziekenfonds verzekeren en ik kan achteraf nog steeds met terugwerkende kracht premie gaan betalen. Conclusie moet dan ook zijn dat mijn belang niet alleen spoedeisend is, maar ook prevaleert boven dat van de Staat der Nederlanden.

    Een eventueel verweer van de belastinginspecteur inhoudende dat er geen sprake is van een spoedeisend belang nu het bij vrijwel alle ziektekostenverzekeraars mogelijk is om na een periode van 1 tot 3 drie jaar ziekenfondsverzekering terug te keren naar de oude particuliere polis is mijns inziens in strijd met de wet. Dergelijke terugkeerregelingen gelden namelijk alleen indien de verzekerde de ziekenfondsverzekering aangaat bij de verzekeraar waarbij hij nu reeds particulier verzekerd is. Er zijn echter vele ziektekostenverzekeraars die de Ziekenfondswet uitvoeren. Deze hebben ieder eigen voorwaarden voor wat betreft aanvullende verzekeringen en (nominale) premies. Het is dus zeer goed mogelijk dat de verzekeraar met de voor mij meest gunstige voorwaarden voor ziekenfondsverzekering (inclusief aanvullende verzekeringen) een andere is dan de verzekeraar bij wie ik nu particulier verzekerd ben. Op grond van de Ziekenfondswet heb ik zelfs het recht om zelf te kiezen bij welke verzekeraar ik me voor het ziekenfonds wil verzekeren. Hieruit volgt dat er per saldo geen terugkeergarantie bestaat en dat een eventueel beroep hierop door de belastingdienst in strijd is met de wet.
Hoogachtend,

HANDTEKENING

NAAM, ADRES, WOONPLAATS.


OPMERKINGEN: Dennis Schulinck.

Dit document is ook in Word en WordPerfect formaat beschikbaar.
Lees het laatste nieuws op http://www.monitor.nl/ziek.html!