Vragen aan Wouter Bos (staatssecretaris Financiën)

Hieronder volgen de vragen van leden van De Zaak aan staatssecretaris W. Bos (Financiën) over de gevolgen van het nieuwe belastingstelsel, die – wegens ruimtegebrek - niet in het tijdschrift aan bod konden komen.
Na de vraag volgt meteen het antwoord. Boven elke vraag staat een titel, die de kern ervan zo goed mogelijk weergeeft.
U ziet eerst een overzicht van de titels. Door op een van de titels te klikken gaat u meteen naar de bewuste vraag + antwoord.

  • 1. Overstap van v.o.f naar BV (geruisloze inbreng)
  • 2. Urencriterium en v.o.f
  • 3. Compensatie voor zelfstandige in ziekenfonds
  • 4. Meerdere BV’s en v.o.f
  • 5. WAZ-premie en inkomensachteruitgang
  • 6. Belastingaanslag in termijnen
  • 7. Bijtelling voor werknemers met auto van de zaak
  • 8. Aanmerkelijk-belang van een DGA
  • 9. Verkopen man/vrouw firma
  • 1. Overstap van v.o.f naar BV (geruisloze inbreng)

    Als een zelfstandige wil overstappen van een v.o.f naar een BV, wanneer moet hij dat dan doen? Uitgangspunt is dat de zelfstandige wil blijven profiteren van de stille reserves, die hij nu nog in drie jaar belastingvrij aan zichzelf kan uitkeren, maar waarover straks 52 procent inkomstenbelasting betaald moet worden. Fiscalisten zijn het er niet over eens of het 1-1-2001 of 1-3-2001 moet zijn. Wat is uw advies?

    Antwoord: De vraag is niet helemaal correct geformuleerd.
    Na geruisloze inbreng kan de ex-ondernemer/dga (directeur-grootaandeelhouder) na drie jaar het kapitaal van de BV verminderen en daarmee ‘belastingvrij aan zichzelf uitkeren’.
    In het ondernemerspakket zit inderdaad een voorstel om de verkrijgingsprijs van de aandelen niet meer op de waarde in het economisch verkeer te stellen. Dat zou het einde van ‘belastingvrij uitkeren’ betekenen. Het wetsvoorstel biedt de mogelijkheid de voorwaarden bij geruisloze inbreng per 1-1-2001 in die zin aan te passen.
    In de invoeringsbepalingen van het wetsvoorstel is opgenomen dat de oude regeling geldt, als het voornemen tot overgang (in dit geval van een v.o.f naar een BV) voor 1-1-2000 is vastgelegd en geregistreerd. De datum van overgang moet ook voor 1-1-2000 liggen.
    Volgens de huidige standaardvoorwaarden moet oprichting van de BV dan binnen vijftien maanden na het overgangstijdstip plaatsvinden. M.a.w. de uiterste datum is 1-3-2001.

    2. Urencriterium en v.o.f

    Als een vader en een zoon samen een v.o.f willen starten, dan blijkt in het nieuwe belastingstelsel het urencriterium niet meer gehanteerd te kunnen worden.
    Stel dat een oudere ondernemer met de man van zijn kleindochter een samenwerkingsverband zou willen aangaan, dan blijkt ook dat niet meer te kunnen. Maar als de oudere ondernemer het samenwerkingsverband met de buurman van zijn kleindochter zou willen aangaan, dan kan het wel.
    Hoe zit het nu precies en wat is de achterliggende gedachte?

    Antwoord: Voor het kunnen benutten van de ondernemersaftrek (zelfstandigen-, starters- en meewerkaftrek) wordt vereist dat aan het urencriterium wordt voldaan. Het urencriterium houdt in, dat tenminste de helft van de voor werkzaamheden beschikbare tijd met een minimum van 1225 uren per jaar feitelijk worden besteed aan het voor eigen rekening drijven van een eigen onderneming.
    Bij samenwerkingsverbanden als de man/vrouw-firma wordt dit urencriterium uitgebreid met de zogenaamde ‘gebruikelijkheidstoets’. Die toets houdt in, dat eerst de feitelijke werkzaamheden van beide echtgenoten met elkaar worden vergeleken. Bij een groot verschil in feitelijke werkzaamheden wordt vervolgens beoordeeld of het gebruikelijk is dat de partner in een dergelijk samenwerkingsverband met een derde zou worden opgenomen.
    Leidt dit tot de conclusie dat een dergelijke opname ongebruikelijk is, dan tellen de werkzaamheden van de partner in een man/vrouw-firma niet mee voor het urencriterium.

    3. Compensatie voor zelfstandige in ziekenfonds

    Hoe staat het met de zelfstandigen in het ziekenfonds? Er zou overleg plaatsvinden tussen de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Financiën en MKB-Nederland en LTO?

    Antwoord: Er komt compensatie voor de zelfstandige en wel in de vorm van een toeslag op de belastingvrije som. In de Aanpassingswet die nu bij de Tweede kamer ligt, wordt voorgesteld om het belastbaar inkomen van de zelfstandige met ongeveer f 3.000,- te verlagen voordat de ziekenfondspremie wordt toegepast.
    Er wordt ook nog naar een andere oplossing gezocht, omdat bovenstaand voorstel niet strookt met de kabinetsafspraak dat voor inkomensafhankelijke regelingen het belastbaar inkomen als uitgangspunt wordt genomen.
    Eind oktober 2000 heeft de koepelorganisatie Zorgverzekeraars Nederland (ZN) haar leden opgeroepen zelfstandige ondernemers een terugkeergarantie te bieden. De terugkeergarantie houdt in dat zelfstandige ondernemers die verplicht in het ziekenfonds terecht komen, minimaal drie jaar de tijd krijgen om terug te keren naar hun oude particuliere ziektekostenverzekering. De zorgverzekeraar moet de ondernemer dan accepteren onder dezelfde voorwaarden die golden bij vertrek.
    ZN is tot de oproep gekomen na overleg met MKB-Nederland en LTO-Nederland.
    Overigens hebben oudere zelfstandigen en andere ondernemers die van het ziekenfonds naar een particuliere verzekeraar overstappen recht op toelating tot de standaardpakketpolis (WTZ-polis). Dat is een particuliere verzekering met een door VWS vastgesteld pakket van verstrekkingen en een maximumpremie. Het is een goede, complete ziektekostenpolis met slechts een beperkt eigen risico.

    4. Meerdere BV’s en v.o.f

    Ik heb een v.o.f en daarnaast enkele, actieve BV’s waar ik niet als DGA op de loonlijst sta. Moet ik op de loonlijst van elke actieve BV staan? En welke veranderingen treden er voor dergelijke constructies op? Is het raadzaam om een holding te creëren? Wat zijn daarvan de fiscale voor- en nadelen?

    Antwoord: U moet als DGA in ieder geval de inkomensgrens van 84 duizend gulden halen. Of u dat doet door in een BV of meerdere BV’s op de loonlijst te staan, is volstrekt uw eigen keuze.
    Of het raadzaam is om een holding te creëren is afhankelijk van de situatie. Om dat in uw geval te beoordelen zijn meer gegevens nodig. Neemt u daarvoor contact op met de belastingdeskundige van De Zaak of uw eigen belastingadviseur.

    5. WAZ-premie en inkomensachteruitgang

    Uit onderzoek van EIM blijkt dat de kleine zelfstandige er in 2001 in inkomen op achteruit gaat. Aangenomen mag worden dat het EIM bij die berekening nog geen rekening heeft gehouden met het feit, dat de WAZ-premie volgend jaar stijgt naar 10 procent. Is hiervoor nog compensatie te verwachten?

    Antwoord: Het ministerie van Financiën is zich ervan bewust dat voor een kleine groep zelfstandigen er volgend jaar sprake zal zijn van inkomensachteruitgang. Omdat die groep zo klein is, vindt de staatssecretaris het echter niet nodig daar nog eens extra compensatie voor te geven.

    6. Belastingaanslag in termijnen

    Kan ik mijn belastingaanslag in termijnen betalen?

    Antwoord: Op elke belastingaanslag staat de betalingstermijn vermeld. Dat is de termijn waarbinnen de aanslag volledig betaald moet zijn. Heeft de aanslag betrekking op een reeds verstreken jaar dan dient de aanslag te worden betaald.
    Heeft de aanslag betrekking op een lopend jaar, dan mag de aanslag in de nog resterende maanden van dat jaar worden betaald.
    Voorbeeld:
    U ontvangt een aanslag in augustus 2001 over het jaar 2000. U moet dan binnen twee maanden na dagtekening betalen.
    Maar als u in april 2001 een aanslag over het jaar 2001 ontvangt, kunt u uw betaling spreiden over de maanden mei tot en met december.

    7. Bijtelling voor werknemers met auto van de zaak

    Wat zijn de gevolgen van het nieuwe belastingstelsel voor werknemers met een auto van de zaak?

    Antwoord: Net als in het huidige belastingstelsel krijgt een werknemer dan te maken met een bijtelling voor privé-gebruik (het zogenaamde autokostenforfait).
    Vanaf 2001 bedraagt die fiscale bijtelling 25 procent, ongeacht of de werknemer in een personen- of bestelauto rijdt. Tenzij de werknemer door middel van een sluitende kilometeradministratie kan aantonen dat hij per jaar minder dan 7000 km privé rijdt met de auto. Woon-werkverkeer wordt daarbij niet als privé-gebruik aangemerkt.
    De 25 procent bijtelling wordt voor een personenauto berekend over de catalogusprijs (inclusief BTW en BPM). Voor een bestelauto geldt een catalogusprijs inclusief BTW. Blijkt uit de kilometeradministratie dat er minder dan 7000 km is gereden, dan geldt het volgende bijtellingsschema:

    Bijtelling auto van de zaak

    Minder dan 500 km

    Geen bijtelling

    Meer dan 500, minder dan 4000 km

    15% bijtelling

    Meer dan 4000, minder dan 7000 km

    20% bijtelling

    Meer dan 7000 km

    25% bijtelling

    Dat lijkt op het eerste gezicht een aanzienlijke lastenverzwaring, maar omdat de inkomstenbelastingtarieven dalen, valt de uiteindelijke belasting druk nog mee. Voorbeeld:
    Een werknemer rijdt privé in een personenauto van de zaak met een cataloguswaarde van 50 duizend gulden (inclusief). De werknemer betaalt onder het huidige belastingstelsel 50 procent inkomstenbelasting. Vanaf 2001 daalt zijn belastingtarief naar 42 procent.
    Nu: bijtelling 20% van 50.000 x 50% IB f 5.000
    Straks: bijtelling 25% van 50.000 x 42% IB f 5.250

    8. Aanmerkelijk belang van een DGA

    In welke box worden vanaf 2001 de aanmerkelijk-belangaandelen van een directeur-grootaandeelhouder belast?

    Antwoord: Vanaf 2001 wordt belasting geheven volgens het zogenaamde boxensysteem. Box 1 geldt voor inkomen uit winst uit onderneming, werk en eigen woning.
    Box 2 geldt voor de aanmerkelijk-belangaandelen en box 3 geldt voor inkomen uit sparen en beleggingen (de zogenoemde vermogens rendementsheffing).
    De inkomsten uit de aanmerkelijk belangaandelen (bijvoorbeeld dividend) worden in box 2 belast tegen een tarief van 25 procent. De waarde van de betreffende aandelen telt niet mee

    9. Man/vrouw firma

    Mijn vrouw en ik hebben een man/vrouw-v.o.f en denken er over om over een paar jaar ons bedrijf te verkopen. Uit krantenberichten over het nieuwe belastingstelsel hebben wij begrepen dat de verkoop van een bedrijf na 2001 minder gunstig is. Klopt dat?

    Antwoord: De stakingsvrijstelling die nu nog van toepassing is bij de verkoop van een onderneming, wordt vanaf 2001 in vijf jaar afgebouwd (van 45.000 gulden naar 8.000 gulden).
    Daarnaast vervalt per 1-1-2001 het bijzondere belastingtarief van 45 procent bij staking (het stoppen) van een onderneming. Vanaf die datum geldt het IB-tarief (maximaal 52 procent).
    Bovendien moet u vanaf 1-1-2001 over de meerwaarde van het bedrijfspand (als u dat zelf in eigendom heeft en zonder aftrek voor het onderhoud) ook maximaal 52 procent belasting gaan betalen.
    Bent u de 55 jaar reeds gepasseerd, dan zouden wij u willen adviseren om uw bedrijf nog voor 2001 te verkopen.

    Flip Schultz |  Publicatie datum 26/10/2000