| Vanaf 1992 hebben wij een eenmanszaak gehad. Als gezin zijn wij particulier verzekerd geweest. In 1996 is de eenmanszaak omgezet in een BV en is onze huwelijkse staat aangepast naar huwelijkse voorwaarden. Sinds 1996 is mijn vrouw in dienst van de BV en staat dus op de loonlijst met een salaris, ver onder de grens van particulier verzekerde. Ik blijf beweren dat mijn vrouw in het ziekenfonds had gemoeten en dat wij dus onterecht m.b.t. haar deel particulier verzekerd waren. Hebben wij recht op restitutie van alle jaren teveel betaalde premies? Inmiddels is mijn vrouw wel in het ziekenfonds, maar wij claimen de onterechte jaren. Is dit correct, en waar staat dit beschreven in de ziekenfondswet? |
| Of er recht is op restitutie van de betaalde particuliere premie is afhankelijk van het antwoord op de vraag of er over de periode van 1996 tot heden sprake is geweest van een dienstbetrekking in de zin van de Ziektewet. Hierover beslist het UWV. Een restitutieaanvraag zal overigens deugdelijk gemotiveerd moeten worden om een toewijzing mogelijk te maken. Hierover is op deze site veel informatie terug te vinden. De maximale termijn waarover premierestitutie mogelijk is, bedraagt maximaal 3 jaar direct voorafgaand aan het moment van aanmelding bij het ziekenfonds. Deze termijn is vastgelegd in het "Besluit vergoeding geneeskundige hulp in bijzondere omstandigheden". |
| De aanpassing van de huwelijkse staat van algehele gemeenschap van goederen naar huwelijkse voorwaarden (koude uitsluiting, verrekeningsbeding, etc) heeft er niets mee te maken en is voor aspecten van al dan niet ziekenfondsverzekering volslagen onbelangrijk. Van vóór 1996 kon sowieso geen sprake zijn van een arbeidsovereenkomst tussen jullie als echtgenoten nu tussen echtgenoten geen ondergeschiktheid wordt verondersteld van de een aan de ander – en aangezien onderschiktheid behoort tot de ziel van de arbeidsovereenkomst, kan alsdan hiervan tussen echtgenoten geen sprake zijn. Ergo ook geen verzekeringsplicht ingevolge de sociale werknemersverzekeringen. Vanaf 1996 heb jij omgezet naar een BV maar je zegt er niet bij of zij in die BV over aandelen beschikt. Nochtans is dit niet zeer van belang omdat in zaken als de onderhavige minder wordt gekeken naar de gezagsverhouding (die al niet zeer voor de hand ligt) alswel dat wordt gekeken naar de familieverhouding. Ik geef toe dat het UWV tót 2002 de opvatting was toegedaan dat men de verzekeringsplicht van de echtgenote van de directeur/grootaandeelhouder niet zo zeer moest beoordelen aan de hand van een al of niet gezagsverhouding, maar dat zij vanwege het bestaan van een "fictieve dienstbetrekking" kon worden geacht in een verzekeringsplichtige verhouding met de BV werkzaam te zijn. Dat oordeel nu is door de Centrale Raad van Beroep in 2002 onderuit gehaald. Ons hoogste rechtscollege op het gebied van het sociaal verzekeringsrecht gaat ervan uit dat de echtgenote van een DGA op zodanig afwijkende arbeidsvoorwaarden werkzaam zal zijn, dat niet meer van een gewone gezagsverhouding kan worden gesproken. Die afwijkende voorwaarden hangen volgens de CRvB samen met de familieverhouding tot de DGA, zodanig dat van een "fictieve dienstbetrekking" alsdan al evenmin sprake kan zijn. Daarmee is het pleit beslecht. Dit oordeel van de CRvB is niet opzienbarend: het past in een lange rij van strenge uitspraken over de verzekeringsplicht van de directeur/minderheidsaandeelhouder, maar het opmerkelijke is wel dat de verzekeringsplicht van de directeur/minderheidsaandeelhouder wordt getoets aan het al of niet bestaan van een gezagsverhouding, terwijl men bij de echtgenote het oordeel over de famililieverhouding laat prevaleren (en waarbij dus niet de gezagsverhouding maatgevend is). Ergo: de DGA is per definitie nooit en nimmer verzekeringsgerechtigd onder het sociaal verzekeringsrecht voor werknemers. De DA (minderheidsaandeelhouder) veelal wél vanwege het bestaan van een gezagsverhouding, maar daarbinnen bestaan uitzonderingen die ik hier nu niet ga noemen. De echtgenote van DGA of DA is gebruikelijk NIET verzekeringsgerechtigd vanwege de familieverhouding die een gewone arbeidsverhouding onwaarschijnlijk doet zijn. Jouw bewering over de aangenomen verzekeringsplicht van de echtgenote deel ik dan ook niet. Als je het allemaal wilt teruglezen: je vindt de opvatting van de CRvB weergegeven in hun uitspraak onder No. 03/1647 van 8 augustus 2002 |
| Vorige discussie | Vandaag | Week | Maand | © Zorgwet.info |