| Bij de algemene beschouwingen zijn er nogal wat woorden besteed aan de uitspraak, dat niemand meer dan 5% van zijn inkomen aan zorg zou gaan betalen in 2006. Wij wisten natuurlijk al, dat dit niet het geval zou zijn. Maar ook in de kamerstukken was dat al overduidelijk te vinden. Zie de bijlage inkomenseffecten, die bij brief van 20 september aan de Tweede Kamer is gestuurd. Wat blijkt: de alleenverdienende ondernemer met een inkomen op minimumloon-niveau betaalt volgend jaar 17,3% van zijn inkomen aan de zorgverzekering. Dat percentage zal nog hoger liggen voor ondernemers met minder dan 'minimumloon', maar kennelijk past het niet in het denkraam van de rekenaars dat er ook sappelende ondernemers zijn. Dat sommige ondernemers zelfs jaren zullen hebben met een negatief inkomen gaat natuurlijk zeker elk voorstellingsvermogen te buiten. |
| Ik ben een zelfstandig ondernemer, en de reden daarvan is dat het steeds slechter gaat met Nederland, en ik geen betaalde baan meer kon vinden. Natuurlijk staan we nog op nummer 6 op de lijst met een van de "rijkste" landen ter wereld. Maar naar welk deel van Nederland hebben ze gekeken. Vast niet naar de werkende mens, maar naar diegenen die al deze plannetjes verzinnen om geld in het laatje te krijgen van onze regering. Daar is de zorgwet er eentje van. Met de invoering van de € ging het ook al achteruit. We zijn in Nederland met zo'n 15 miljoen mensen. Wordt het niet eens tijd om het voor iedereen echt beter te maken in plaats voor dat handje vol mensen die weer eens een "verbeterplan" ongevraagd de groep in gooien? |
| Nou, echt ongevraagd was het nu ook weer niet: onder Paars II werd de zelfstandige weer toegang verleend tot de Ziekenfondswet waar men na 1986 van verstoken was geraakt. Het duale systeem dat Nederland rijk is (vrijwillige zorgverzekering naast verplichte ziekenfondsverzekering) was al langer een doorn in het oog van de politiek. Dat het thans tot een volksverzekering komt is al langer doel van nastreven geweest. Echt "ongevraagd" kun je het niet noemen, tenzij je natuurlijk van mening bent dat dit soort zaken bij volksraadpleging moet worden beslist. Dat is een legitieme opvatting en wordt bijv. in Zwitserland zo gedaan – maar hier dus niet... |
| Jan, Je verwijst naar de casus van de laagverdienende zelfstandige. Er is nog een lichtpuntje: in het inkomensplaatje wordt geen rekening gehouden met de teruggaaf buitengewone uitgaven die die zelfstandige kan krijgen: ruim 100 Euro over de 300 Euro inkomensafhankelijke bijdrage (afgezien van andere aftrekbare buitengwone uitgaven). (Het is VWS niet te verwijten dat ze die buitengewone uitgaven niet in de berekeningen betrokken hebben: dat leidt al gauw tot casuistiek; niettemin is het wel mogelijk na te gaan bij welke verzamelinkomens alleen al de inkomensafhankelijke bijdrage boven de drempel uitkomt en dus tot ibteruggaaf leidt). Ik heb berekend dat voor die laagverdıenende zelfstandige de drempel voor buitengewone uitgaven 11,2% van zijn (veronderstelde) verzamelinkomen minus het saldo van standaardpremie en zorgtoeslag zal zijn: 757- (ong.2210-1160) = ong.293 negatief. IK stel de strtaandaardpremie voor een paar dus voor het gemak op 2210 Euro. Aangezien de IB2001 geen negatieve drempel kent wordt deze drempel op nihil gesteld. De betrokken zelfstandige mist dus door dit op nihil stellen ong. 110 Euro netto-teruggaaf aan buitengewone uitgaven. Of de wetgever bıj de invoering van de drempelverlaging daaraan gedacht heeft, is mij niet bekend. Het CDA heeft voorgesteld in plaats van de nu ingevoerde absolute drempelverlaging een systeem te introduceren waarin het drempelpercentage verlaagd zou worden. Dat is afgewezen door de minister (Dit zou overigens geen oplossing betekend hebben voor het door mij hier gesignaleerde probleem van een negatieve drempel). Overigens heb je gelijk met je opmerking dat voor nog minder verdienende ondernemers de kosten als percentage van hun verzamelinkomen nog hoger zullen zijn. Er is alle reden daar aandacht aan te besteden. Het hoger wordende percentage naarmate het inkomen lager is (geldt trouwens ook voor werknemers en uitkeringsgerechtigden, maar in mindere mate omdat ze vaak een vergoeding voor de inkomensafhankelijke bijdrage krijgen) wordt veroorzaakt door het feit dat ongeveer de helft van de nominale premie altijd ten laste van de verzekeringsplichtige komt door maximering in de zorgtoeslag; afgezien van het te kiezen eigen risico). En, in de sfeer van de buitengewone uitgavenaftrek is weliswaar een drempelverlaging voorgesteld (zie hiervoor) ter hoogte van dus maximaal die helft van de standaardpremie, maar tegelijkertijd is besloten de nominale premies niet langer als buitengewone uitgave aan te merken. Dus: ook in de buitengewone uitgavensfeer kan de belastingplichtige niet meer profiteren van het stuk nominale premie (max. ong. 1050 Euro bij een paar) dat altijd te zijnen laste komt. Dat drijft het percentage verder omhoog voor de laagste inkomens. Het is dus niet zozeer de inkomensafhankelijke bijdrage (die een vast % van 4,4 kent voor zelfstandigen over althans het winstdeel uit hun bijdrage-inkomen) die de kosten voor lage inkomens opdrijft als wel de nominale premie. Daarnaast bestaat nog de Tegemoetkomingsregeling Buitengewone Uitgaven (TBU), speciaal voor de lage inkomens. Die voorziet echter niet in de oplossing van het genoemde probleem van een negatieve drempel omdat hij een ander doel heeft. De Eerste Kamer heeft verlangd dat er een onderzoek komt naar de samenhang tussen zorgtoeslag, buitengewone uitgaven aftrek en TBU. De minister heeft dit onderzoek toegezegd (moet gereed zijn in 2006). Ik beveel bij dezen aan de twee problemen die ik hierboven signaleer (drempel op nihil gesteld in de wet, en sterkere gevolgen voor de laagste inkomens van het niet langer aanmerken van nominale premies als aftrekbare buitengewone uitgaven) in het onderzoek te betrekken. Als de onderzoekers daar oplossingen voor kunnen vinden en tevens een veel simpeler systeem kunnen ontwerpen, dat het aandeel van de netto-zorgkosten in het verzamelinkomen rechtvaardiger verdeelt, dan zou dat veel waard zijn. Daarbij zou zeker met de omvang van de groep die korter of langer beneden het minimum-inkomen zit (en nogal wat zelfstandigen nemen daarin een prominente plaats in: wat jij noemt de "sappelende ondernemers") rekening moeten worden gehouden. Niet alleen uit overwegingen van inkomenspolitiek, maar ook vanwege het probleem van onverzekerdheid (dat volgens mij in de politiek, ook in de laatste voortgangsrapportage van VWS, nogal gebagatelliseerd wordt; ook over de omvang van dit probleem is trouwens informatie medio volgend jaar toegezegd door de minister). |
| In mijn vorige bijdrage heb ik gesteld dat de drempel buitengewone uitgaven krachtens de wet IB2001 na verlaging van die drempel op grond van art 3.6.1 Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet (IZVW), namelijk met het saldo van de standaardpremie en de zorgtoeslag, voor zeer lage inkomens nooit negatief zou kunnen zijn, maar krachtens de IB2001 nihil zou worden. Ik kom op die mening terug aangezien in art. 6.24 van IB2001, dat de omvang van de buitengewone uitgavenaftrek regelt, ook na genoemde drempelverlaging, niets erop wijst dat de drempel minstens nihil zou moeten zijn.. Daarmee vervalt ook een van mijn argumenten dat de laagste inkomens extra benadeeld worden.. Een negatieve drempel – die overigens slechts bij een (echt)paar kan voorkomen, niet bij alleenstaanden en dan een waarde van ongeveer 280 euro negatief kan aannemen – is volgens mij te zien als een voet in de aftrekbare buitengewone uitgaven: dus een bedrag dat zonder meer als aftrekbare uitgave geldt. Er is echter een nog onbekende, en vervelende, adder onder het gras. In het Belastingplan 2006 heeft de minister (van Financien) vergeten de verlaging van art 6.24 lid 2a (voor de zeer lage inkomens beneden 6965 Euro) door te voeren (die verlaging wordt wel genoemd wel voor de inkomens boven 6964 Euro krachtens 6.24.2b IB2001). Deze omissie leidt volgens mij tot een zeer onlogische val in de drempel buitengewone uitgaven rond 6964 euro (verzamel)inkomen; deze omissie kan gerepareerd worden door alsnog de verlaging ook voor art. 64.2.a ook door te voeren. Verder heeft men in het Belastingplan vergeten de inflatiecorrectie voor de huidige drempel van 773 naar 780 euro door te voeren (ook in art. 64.2.a. op te nemen). Mijn berekeningen wijzen uit dat een negatieve drempel (dus bij toepassing van IZVW voorstellen) tot ruim 200 Euro (bij alleenstaande zelfstandigen) of bijna 500 Euro (bij alleenverdiendende zelfstandigen) netto extra inkomen kan leiden (namelijk bij inkomens rond 6964 Euro jaarinkomen). Daarbij heb ik rekening gehouden met nominale premies, zorgtoeslag, een algemene en arbeidsheffingskorting en de tegemoetkoming buitengewone uitgaven. Mijn berekeningen zijn op aanvraag graag ter beschikking voor commentaar. |
| Vorige discussie | Vandaag | Week | Maand | © Zorgwet.info |