Overzicht heffing inkomensafhankelijke bijdrage Zvw (geen limitatieve opsomming)
Bron: Brief van Minister Hoogervorst d.d. 12.10.2005 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Moeten we dus aannemen dat de DGA onder de gewone werknemers valt met een tarief van 6,5% (en met een verplichte vergoeding)? Voorts ontbreekt een aanwijzing over loon van een buitenlandse werkgever waarvan eerder gesteld werd op deze site dat het percentage 4,4% zou worden (zonder art. 46 vergoeding) |
| Moeten we dus aannemen dat de DGA onder de gewone werknemers valt (en met een verplichte vergoeding)? Dat zat ik me ook al af te vragen. Voor de DGA's onder ons: ik vrees van wel. Voorts ontbreekt een aanwijzing over loon van een buitenlandse werkgever waarvan eerder gesteld werd op deze site dat het percentage 4,4% zou worden (zonder art. 46 vergoeding) Hoogervorst schreef zelf al dat het geen limitatieve opsomming was. Overigens geldt die 4,4% alleen maar voor werknemers van buitenlandse werkgevers, die niet inhoudingsplichtig zijn. Vermoed ik althans. Dat is lang niet altijd het geval. Zie onderstaand bericht. Verruiming begrip inhoudingsplichtige ingeval van buitenlandse werkgeverMomenteel is pas sprake van inhoudingsplicht in Nederland als de buitenlandse werkgever in ieder geval één of meerdere werknemers in Nederland in dienst heeft. Dit vereiste voor inhoudingsplicht in Nederland komt vanaf 2006 te vervallen zodat ook sprake van inhoudingsplicht kan zijn indien de dienstbetrekking buiten Nederland wordt vervuld. Het is daarbij wel van belang dat het loon op grond van de belastingverdragen is onderworpen aan Nederlandse inkomstenbelasting. Daarnaast zal ook blijven gelden dat de loonadministratie in Nederland wordt gevoerd en de werkgever zich als inhoudingsplichtige meldt bij de inspecteur. |
| Dat is merkwaardig: een buitenlandse werkgever die inhoudingsplichtig voor de ZVW wordt ingeval een (naar ik aanneem in Nederland wonende) werknemer voor die werkgever een dienstbetrekking in het buitenland vervult. Aannemende dat het om een EU-land gaat zou krachtens EU1408/71 in het algemeen die werknemer verzekeringsplichtig in het land zijn waar hij werkt. Indien het geen EU land betreft hangt het nog af van de inhoud van een eventueel sz verdrag. Is er geen sz verdrag dan heeft Nederland helemaal niets te eisen in verband met de inkomensafhankelijke bijdrage. Ook in de sıtuatie dat iemand in Nederland woont en werkt voor een buitenlandse werkgever, is al dubieus dat de buitenlandse werkgever tot inhouding wordt verplicht. Maar het kan zijn dat in de voorbereiding van EU883/2004 daar regels voor worden gesteld die we nog niet kennen. Het zou meer voor de hand liggen dat in die gevallen de heffing bij aanslag geschiedt. |
| In aansluiting op mijn laatste volzin over dit onderwerp, heb ik meer vertrouwen in wat de Belastingdienst dienaangaande te melden heeft. Op hun website vond ik het volgende: Werknemers die in Nederland werken voor een in het buitenland gevestigde werkgever, ontvangen loon van deze werkgever. De buitenlandse werkgever is niet verplicht om de inkomensafhankelijke bijdrage in te houden op het loon en hoeft de inkomensafhankelijke bijdrage ook niet te vergoeden. Deze werknemers betalen de inkomensafhankelijke bijdrage via een aanslag Zorgverzekeringswet. Het lijkt ook veel logischer: Nederland kan moeilijk verplichtingen opleggen aan een buitenlandse werkgever. |
| Nederland kan moeilijk verplichtingen opleggen aan een buitenlandse werkgever. Nederland blijkt ook verplichtingen te kunnen opleggen aan mensen met de Franse nationaliteit, die in Frankrijk wonen en een inkomen uit Nederland ontvangen. Dus waarom niet aan buitenlandse werkgevers die in Nederland mensen aan het werk zetten? Die werkgevers zullen wel aan veel meer verplichtingen moeten voldoen. Arbo-wet, om er maar 1-tje te noemen. |
| Omdat die verplichting vastgelegd zou moeten zijn in een verdrag. Het meest voor de hand ligt dit in Europees verband te doen in het sociaalzekerheidsrechtelijke verdrag EU1408/71. En daar worden dergelijke verplichtingen niet aan werkgevers opgelegd bij mijn weten. De subjecten van dat verdrag zijn burgers (in diverse groepen onderscheiden), verzekeraars en organen die de s.z. uitvoeren, etc., maar niet zozeer de werkgevers. Dit brengt mij op het punt dat in een CvZ document al eens is aangestipt. De rechtsbasis voor de inkomensafhankelijke bijdrage ex art 69 ZVW (voor verdragsgerechtigden) is art. 33 van EU1408/71. CvZ heeft gesteld dat "met enige moeite" gezinsleden van verdragsgerechtigde gepensioneerden ook onder dit artikel begrepen kunnen worden en dat daardoor de heffing van de bijdrage krachtens art. 69 ZVW ook bij gezinsleden van verdragsgerechtigden voor Nederland Europeesrechtelijk gezien rechtsgeldig wordt. Waarom wordt er gesproken van "met enige moeite"? Omdat in art. 33 EU1408/71 slechts de mogelijkheid van heffing van een bijdrage bij gepensioneerden genoemd wordt (waarschijnlijk is het verdrag hun gezinsleden in dit artikel gewoon vergeten; in voorgaande artikelen worden ze wel genoemd wat betreft de formulering van hun aanspraken als verdragsgerechtigde). Misschien biedt dit dus nog een ontsnappingsmogelijkheid voor gezinsleden van verdragsgerechtigden hun bijdrage te weigeren (tot aanmelding bij CvZ zijn ze wel verplicht krachtens de ZVW). Ik kan me echter ook voorstellen dat in het kader van het opstellen van het nieuwe verdrag (EU883/2004) dit probleem geregeld gaat worden. (Evenals een ander probleem: het is thans niet 100% zeker dat bepaalde prepensioenen en met name VUT-uitkeringen een pensioen in de betekenis van EU1408/71 zijn: ook daar liggen vooralsnog ontsnappingsmogelijkheden voor degenen die geen verdragsgerechtigdheid wensen). |
| Let trouwens ook op het onderscheid tussen een ANW-uitkering voor 65-'ers (6,5%) en nabestaandenpensioen (4,4%) uit vroegere dienstbetrekking voor 65+'ers. Daarover heeft heeft Wim Huisman nog een hele discussie gevoerd. Maar het tarief voor het nabestaandenpensioen voor mensen onder de 65 wordt niet genoemd. Of valt dit onder deze categorie: "inkomsten als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdelen a, d, f, i, j, k en l van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965. Deze looninkomsten betreffen lijfrente-uitkeringen, verzetsuitkeringen, uitkeringen aan oorlogsgetroffenen, zogenaamde Indische en Surinaamse pensioenen, alsmede verplichte beroepspensioenen." |
| Per brief van 13-4-05 aan de Tweede Kamer (kamerstuk 29763 nr. 72) heeft de minister van VWS toegezegd dat voor resultaat uit overige werkzaamheden (bijverdiensten, freelance e.d.) onder een aantal voorwaarden (ruwweg vergelijkbaar met die voor alimentatie) een nultarief zou gelden. Daarvan is in de brief van 12-10-05 echter niets meer te vinden. Zie dit bericht voor de tekst van de toezegging van VWS. |
| Ook op de site van de Belastingdienst kwam ik wel het nultarief voor de alimentatie tegen, maar niet dat voor de bestaande freelancers. Daarvoor wordt het verlaagde tarief opgevoerd. De freelancers worden ook niet apart genoemd als categorie bij de rekenvoorbeelden op denieuwezorgverzekering.nl. Idem dito in de antwoorden op de kamervragen van Nawijn. Je zou haast denken dat die toezegging weer teruggedraaid is. Of kun jij het ergens in de officiële voorlichting vinden? |
| Willemijn is 61 jaar dus het antwoord van zowel Pieter Omtzigt als Postbus 51 sloeg ook op nabestaanden-pensioen onder de 65 jaar hebben wij begrepen. 4,4 % dus en niet vergoed! |
| Maar onder welk van de 3 regelingen onder (=naast) het hoofdje "2b. personen jonger dan 65 jaar" valt zij dan? |
| Inderdaad het staat er niet duidelijk bij, zoals het wel duidelijk bij 2a. wordt vermeld. (Ik had de tabel nog niet zo intensief nagekeken.) M.i. hoort Ouderdoms-pensioenen en nabestaanden pensioenen uit vroegere dienstbetrekking ook onder de eerste categorie 2b te vallen, want als ik 65 jaar word blijf ik (voor zover ik het goed begrijp) 4,4 % over mijn ouderdomspensioen uit vroegere dienstbetrekking betalen net zoals nu onder de 65 jaar. Het enige verschil is dat de nabestaande dan minder krijgt, 70 % in de meeste gevallen. Wellicht moet deze tabel nog aangepast worden er staat immers boven "GEEN limitatieve opsomming" oftewel enuntiatief, wat wil zeggen dat het niet alle gevallen noemt! M.a.w. de lijst moet nog gecomplementeerd worden ! De vraag is nu óók maar een mailtje hierover naar de griffier vaste kamercommissie VWS ? |
| Volgens mij valt ze onder de eerste categorie van tabel 2b rechterkolom "- pensioenregeling of regeling voor vervroegde uittreding als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964 (m.u.v. de uitkering inzake vervroegde uittreding linker kolom),". Kennelijk wordt het begrip pensioenregeling hier ruim bedoeld: ouderdoms-, vroeg- en nabestaandenpensioen (waarschijnlijk ook het wezenpensioen van een pensioenfonds behalve een Beroepspensioenfonds (valt in de derde categorie van 2b)). Er zijn slechts ongeveer 12 beroepspensioenfondsen. Krachtens de ZVW zal een door een verzekeraar of pensioenfonds uitgekeerd pensioen onder art. 43 lid 1 onderdeel a vallen (dus met een inhoudingsplichtige, zonder vergoeding ex art 46). |
| De brief van de Minister wordt behandeld via schriftelijke vragen, die vanmiddag voor 14:00h ingediend moesten worden. Hopelijk heeft tenminste 1 van de kamerleden vragen gesteld over de situatie van de bestaande freelancers en alphahulpen. Agenda vaste commissie VWS Den Haag, 19 oktober 2005 Aan de leden en plaatsvervangende leden van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport Schriftelijke vragen over de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 12 oktober 2005 inzake overzicht heffing inkomensafhankelijke bijdragepercentages Zorgverzekeringswet 2006 (29 689, nr. 29) kunnen tot uiterlijk: dinsdag 25 oktober 2005 te 14.00 uur worden ingediend bij de griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport Griffier : A.J.M. Teunissen |
| Vorige discussie | Vandaag | Week | Maand | © Zorgwet.info |