| Ik woon in een studentenhuis, nu vraag ik mij af of ik een zorgtoeslag-partner kan opgeven (huisgenoot), hiermee kan ik namelijk meer zorgtoeslag ontvangen. Hierbij is het criteria van gezamelijk huishouden bij ons van belang. indien er van gezamelijkhuishouden sprake is geldt: -> je mag zorgtoeslagpartner opgeven anderwijs: -> geen zorgtoeslag partner Maar wat houdt een gezamelijk huishouden in?? Ik heb al gebeld naar de belastingdienst, en die melde dat dit niet mogelijk was (ik had geen zorg-relatie met mijn huisgenoten). Maar een mede-student die huurt het huis samen met zijn huisgenoten en hebben een eigen rekening. Maar dat was helemaal niet ter sprake gekomen met zijn telefoon-gesprek met de belastingdienst. Hij mocht wel een huisgenoot als zorgtoeslag-partner opgeven. Waar liggen deze grenzen? De situatie van mij en mijn huisgenoten: 4 in 1 huis: huren van huisbaas, huisbaas is eigenaar. we betalen samen internet/eten/bier/huishoudspullen (pannen etc.). Hoe zit het nu? Ik kan wel weer de belastingdienst bellen maar denk dat die mij niet duidelijk kunnen uitleggen hoe het is. En volgens mij hangt het ook af wie je aan de telefoon krijgt :-) |
| we betalen samen internet/eten/bier/huishoud spullen (pannen etc.). Dit is 1 van de voornaamste criteria voor het voeren van een gezamenlijke huishouding. Maar postbus 51 en de fiscus weten het ook allemaal niet zo goed. Zie deze gemengde berichten over dit onderwerp. |
| Ok ik heb ook even zitten googlen. Omdat we allemaal een apart huurcontract met de huisbaas hebben zegt de ene site dat we geen gezamenlijke huishouding hebben. Maar een andere site zegt dat dit wel het geval is omdat we een gezamelijke pot hebben voor huishoud taken/dingen. Hoe zit het nu?? Is er nu eindelijk een duidelijke wettelijke regeling. Of raad je me aan gewoon wel een toeslag partner in te vullen (met het idee: wat heb ik te verliezen) Denk dat ik morgen de belastingdienst nog wel ff bel. |
| Het volgende fragment lijkt heel logisch... maarja dan krijg ik natuurlijk niet die extra toeslag die ik wel wil :-) 26-10 14:07 door VSSD Bestuur (Bestuur @ vssd.nl) "Omdat er toch onduidelijkheid blijkt te zijn over het begrip toeslagpartner hebben wij nogmaals navraag gedaan. Het blijkt dat studenten die op hetzelfde huisnummer wonen vrijwel nooit toeslagpartners zijn, omdat er geen sprake is van samenwonen vanwege de zorg voor elkaar maar uit economische motieven. Eén van de kenmerken is dus inderdaad het niet gezamenlijk betalen van de huur." Maar mischien kan ik mijn huisbaas overtuigen om het huis als 1 huis te verhuren waardoor wij het toch delen... alle kamers zijn namelijk net zo duur. Maarja er is nog steeds onduidelijkheid bij mij.... Weet niemand hoe het zit? |
| "Omdat er toch onduidelijkheid blijkt te zijn over het begrip toeslagpartner hebben wij nogmaals navraag gedaan. Het blijkt dat studenten die op hetzelfde huisnummer wonen vrijwel nooit toeslagpartners zijn, omdat er geen sprake is van samenwonen vanwege de zorg voor elkaar maar uit economische motieven. Eén van de kenmerken is dus inderdaad het niet gezamenlijk betalen van de huur." Hier wordt een fictieve relatie gelegd tussen het woord 'zorg' uit zorgtoeslag en het hebben van een zorgplicht voor elkaar. Dat lijkt mij onzin, want het partnerbegrip uit de wet op de zorgtoeslag is niet in die wet zelf geregeld, maar in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). Als je elkaars toeslagpartner bent ben je dat zowel voor de zorgtoeslag als voor de huurtoeslag. Dat heeft op zich niets te maken met het zorgen voor elkaar. Het motief voor het voeren van een gezamenlijke huishouding is dus irrelevant. Maar mischien kan ik mijn huisbaas overtuigen om het huis als 1 huis te verhuren waardoor wij het toch delen... alle kamers zijn namelijk net zo duur. Maarja er is nog steeds onduidelijkheid bij mij.... Weet niemand hoe het zit? Niemand weet het echt zeker. De AWIR blinkt ook uit in vage termen. Zie artikel 3: De partner van de belanghebbende is degene die hierna als eerste wordt genoemd: (...) de meerderjarige die in het berekeningsjaar gedurende meer dan zes maanden onafgebroken een gezamenlijke huishouding voert met de meerderjarige belanghebbende en gedurende die tijd op hetzelfde woonadres als de belanghebbende staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens De enige 2 criteria zijn dus: gezamenlijke huishouding en ingeschreven staan op hetzelfde adres. Als ik jou was zou ik gewoon invullen dat je een toeslagpartner hebt omdat je een gezamenlijke huishouding voert. Laat de fiscus maar aantonen dat dat niet zo is. |
| De enige 2 criteria zijn dus: gezamenlijke huishouding en ingeschreven staan op hetzelfde adres. En, stugger nog, of er sprake is van een gezamenlijke huishouding blijkt uit de inschrijving in het bevolkingsregister (GBA): Voor de vaststelling van de «huishoudsituatie» (de belanghebbende, zijn partner of eventueel medebewoners) is de inschrijving in de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) bepalend. De Belastingdienst heeft op dit moment reeds een koppeling met de GBA, waarbij alle mutaties dagelijks aan de Belastingdienst worden doorgegeven. Voor de vaststelling van het toetsingsinkomen geldt dat de schattingen gebaseerd zijn op de gegevens over verzamelinkomen en loon die bekend zijn bij de Belastingdienst. Na afloop van het berekeningsjaar komen de volledige en definitieve gegevens over de verzamelinkomens en de lonen afkomstig van de inhoudingsplichtigen beschikbaar. Voor de huren geldt dat de systematiek van jaarlijkse opvraag van huurgegevens bij verhuurders zoals deze nu door VROM plaatsvindt door de Belastingdienst/Toeslagen zal worden overgenomen. De ervaring van VROM leert dat meer dan 90% van de huren op die manier beschikbaar komt. Voor de inschrijving als verzekerde zal door het College voor Zorgverzekeringen een volledig bestand worden aangehouden. De Belastingdienst/Toeslagen maakt voor controles gebruik van gegevens uit dit bestand De verwachting is dat alle relevante koppelingen voor het toezenden van aanvraagformulieren en het beschikken en betalen op deze aanvragen tijdig operationeel zullen zijn. Citaat uit de memorie van antwoord bij het wetsontwerp AWIR in de Eerste Kamer. De fiscus controleert dus alleen maar of je 6 maanden achtereen op hetzelfde adres hebt gewoond. Stuur jij even een correctiemailtje naar de VSSD (en evt. de LSVB)? |
| Of ligt het toch weer anders? Uit diezelfde MvA: De partner, zoals deze in de Awir is gedefinieerd, is een persoon met wie de belanghebbende gehuwd is, een geregistreerd partnerschap is aangegaan of met wie de belanghebbende als ongehuwde een duurzame gezamenlijke huishouding voert. Er is een nauwe betrekking tussen de belanghebbende en zijn partner. Voor de aanspraak kinderopvangtoeslag en zorgtoeslag geldt dat voor partners een gezamenlijke aanspraak wordt berekend op basis van de gezamenlijke draagkracht van de belanghebbende en zijn partner. Naast de partner kent de Awir, zoals de leden terecht opmerken, ook de medebewoner. Dit is de persoon, niet zijnde een partner, die bij de GBA op het woonadres van de belanghebbende ingeschreven staat en niet als onderhuurder kwalificeert. Dit kan een kind van de belanghebbende zijn of een inwonende ouder, maar het kan ook gaan om twee mensen die samen een woning huren zonder dat zij een gezamenlijke huishouding voeren. De medebewoner wordt, voorzover hij of zij inkomen geniet, geacht bij te dragen aan de lasten van de woning. Het lijkt er op dat er sprake moet zijn van een echte 'levenspartner' of hoe je dat dan ook moet uitdrukken. Maar hoe kan de fiscus dat controleren? Tandenborstels vormen geen bewijs... |
| Ik zal morgenmiddag ff met de belastingdienst bellen en een nieuw formuliertje aanvragen. Mischien dat ze nu wel een duidelijk standpunt hebben. |
| Ok ik heb de belastingdienst gebeld. Ik meldde eerst dat ik in een studentenhuis woonde. Meteen daarop kreeg ik als antwoord dat een toeslagpartner niet van toepassing was. Toen ging ik erop in met als voorbeeld een kennis van mij die ook in een studentenhuis woont maar waar het enigste verschil is dat ze samen de huur betalen. In mijn geval betaal ik apart de huur aan de huisbaas. Ik vroeg waar nu de grens ligt bij gezamelijke huishouding. Daarop zegt zij meteen dat hier de grens ligt (dus hetgene wat ik net aangekaart heb). Maar daarbij meld ik dat wij wel een gezamenlijke huishouding hebben in de zin van.. de een kookt, de ander haalt eten, de een haalt wc-borstel etc.. Zij is ff stil (overdonderd door mijn uber-goede overtuigingskracht). Vervolgens meldt zij toch dat er in dit geval geen sprake is van gezamelijke huishouding... Maar ik hoeverre kan ik rechten ontlenen aan de uispraak van deze telefoon dame? Ik lees hier telkens toch wat anders.. |
| In news:nl.financieel.belastingen (waar deze discussie eigenlijk liep) kwam iemand met een verwijzing naar kamervragen en het antwoord van Staatssecretaris Wijn. Deze antwoorden dateren van 4 november. Een citaat: 4. Onder welke precieze voorwaarden voeren studenten een gezamenlijke huishouding? 4. Tijdens de Kamerbehandeling van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen is aangegeven dat er van een gezamenlijke huishouding sprake is als twee ongehuwden hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben, waarbij zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. Studenten die in een studentenhuis wonen, waarbij ieder voor zich een huurcontract met de eigenaar van het studentenhuis heeft afgesloten, zullen veelal geen gezamenlijke huishouding voeren. De motieven voor het wonen op één adres worden niet ingegeven door de wens zorg te dragen voor elkaar. In dergelijke gevallen spelen louter economische en praktische motieven een rol. De medestudenten waarmee de woning wordt gedeeld vormen een toevallige groep mensen met dezelfde woonwens: betaalbare studentenhuisvesting. Het gebruik van de woning wisselt regelmatig. In de praktijk doen zich echter ook situaties voor waarbij twee studenten samen een huurcontract afsluiten met een huiseigenaar. Samen richten zij de woning in en gebruiken zij de gemeenschappelijke ruimtes, beiden leveren – al dan niet naar draagkracht – een bijdrage in de huishouding. In zo’n situatie zal er veelal wel sprake zijn van een gezamenlijke huishouding. Tussen deze twee casusposities zijn nog diverse vormen van gezamenlijke bewoning door studenten te onderkennen. Van geval tot geval zal aan de hand van de precieze situatie beoordeeld moeten worden of er sprake is van een gezamenlijke huishouding. Zo te zien maakt Tjerk geen kans op een toeslagpartner en dus op een hogere zorgtoeslag. Ook de rest van de vragen en antwoorden zijn overigens heel lezenswaardig. |
| Vorige discussie | Vandaag | Week | Maand | © Zorgwet.info |