| Om de kwaliteit van de Nederlandse gezondheidszorg ook in de toekomst te garanderen en de zorg betaalbaar te houden, gaat het kabinet vanaf volgend jaar belonen voor de geleverde prestaties. De ongeveer 30 duizend diagnosebehandelingcombinaties (DBC’s; de basis van het betalingssysteem voor de ziekenhuiszorg en de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg) worden daarbij vervangen door circa 3000 medisch beter herkenbare zorgproducten. Niet langer wordt het ziekenhuisbudget dus vastgesteld op basis van onder meer ligdagen en polikliniekbezoeken. Bron: nieuwsbrief SC Online.nl |
| Op minVWS.nl is te lezen de onderliggende brief van de Minister over deze zogenaamde prestatie bekostiging; "Waardering voor betere zorg nr 4" Het Budgettair Kader Zorg blijft intakt en wordt zelfs aangescherpt. Van loon naar werken is geheel geen sprake en van prestatie bekostiging helemaal niet. In het Coalitieakkoord is over uitbreiding van de vrije prijsvorming het volgende afgesproken: “Verdere stappen met vrije prijsvorming in de planbare zorg zijn alleen mogelijk na zorgvuldige evaluatie van voorafgaande stappen op basis van kwaliteit en toegankelijkheid. De onafhankelijke Zorgautoriteit kan bij de beoordeling hiervan een belangrijke rol spelen”. In februari zal de NZa een rapportage uitbrengen waarin behalve op kwaliteit en toegankelijkheid ook op de prijsontwikkeling en voor zover beschikbaar op de volumeontwikkeling wordt ingegaan. Gelet op de motie Van der Veen c.s. van 11 november jl.6 zal het definitieve besluit over de uitbreiding van de vrije prijsvorming genomen worden na overleg met de Tweede Kamer op basis van deze nieuwe rapportage van de NZa. Zowel bij de overstap van budget- naar prestatiebekostiging als bij de uitbreiding van het segment van de zorg waar vrije prijsvorming van toepassing is (het Bsegment), behoort naar de mening van het kabinet extra zorgvuldigheid. Zowel om de individuele ziekenhuizen tegen al te grote schommelingen te beschermen, alsook om macrobudgettaire risico’s te kunnen beheersen. De NZa is op 9 maart 2009 dan ook verzocht om een uitvoeringstoets, waarin een overgangsregime voor de ziekenhuisbekostiging voor het jaar 2011 en daarna wordt uitgewerkt. Ook is de NZa gevraagd te adviseren over de wenselijkheid van het uitbreiden van het B-segment per 2011. De NZa heeft beide adviezen eind oktober uitgebracht. Op 3 november jl. heb ik beide adviezen naar de Tweede Kamer gestuurd.7 Deze brief is tevens een reactie op beide adviezen. Niet alleen nu – vanwege de toestand van de rijksfinanciën – maar in het algemeen geldt dat het kabinet geen avontuur wil aangaan rond de uitgaven in de gezondheidzorg. Hoewel van de maatregelen die in deze brief worden genoemd positieve effecten worden verwacht, zeker gelet op het feit dat flankerend aan de prestatiebekostiging (aanvullende) kwaliteitsverhogende en volumebeheersende prikkels zullen worden geďntroduceerd, wil het kabinet zeker gesteld zien dat de uitgaven structureel binnen de daartoe geldende kaders blijven. Daarom zal in de Wet Marktordening Gezondheidszorg (WMG) wettelijk worden verankerd dat onverhoopte overschrijdingen van de relevante macrobudgettaire kaders, onder een systeem van prestatiebekostiging kunnen worden omgeslagen over de omzetten (over A- en B-segment) van zorgaanbieders. Dit mechanisme sluit – wat betreft de systematiek waarmee wordt bepaald hoe het op macroniveau te korten bedrag over zorgaanbieders wordt verdeeld en daarmee wat betreft prikkelwerking – aan bij het mechanisme dat nu reeds bestaat om budgetkortingen te kunnen boeken in het A-segment. Macrobudgettaire overschrijdingen zullen dus ook onder een systematiek van prestatiebekostiging structureel kunnen worden geredresseerd. ==== Of te wel zorgaanbieders die het beter doen dan gemiddeld worden afgeroomd. Het is aan de beleidsmedewerkers van VWS om in te zien of dat een prikkel is om te presteren. Wellicht kan de voor beleidsambtenaren geldende vormen van prestatie bekostiging worden ingevoerd in de Zorg? |
| 5. Aanpassingen regelgeving Voor de realisatie van het in paragraaf 2 op hoofdlijnen geschetste eindperspectief en het in paragraaf 3 beschreven overgangsmodel moeten de WMG, Zvw, AWBZ en WBMV per 2011 worden aangepast. Daartoe zal ik begin dit jaar een wetsvoorstel naar het parlement sturen, met de volgende aanpassingen: De WMG wordt aangevuld met: a. De bevoegdheid van de zorgautoriteit een vaste grens, ondergrens, bovengrens of bandbreedtegrens vast te stellen voor het totaal aan werkelijke of fictieve inkomsten of toegestane kosten van de zorgaanbieder voor een daarbij aan te geven periode; b. De bevoegdheid van de zorgautoriteit het verschil tussen het totaal en de grens voor de individuele zorgaanbieder vast te stellen; c. De bevoegdheid van de zorgautoriteit een beschikbaarheidbijdrage vast te stellen (zie ook paragraaf 2.3); d. Het recht van de zorgaanbieder een beschikbaarheidbijdrage rechtstreeks bij het CvZ in rekening te brengen; e. Een bepaling waarmee een grensoverschrijding kan worden afgeroomd door een vereffeningbedrag dat een ziektekostenverzekeraar in rekening kan brengen bij een zorgaanbieder; f. De bevoegdheid van de zorgautoriteit het vereffeningbedrag vast te stellen; g. Een bepaling waarmee een grensoverschrijding kan worden afgeroomd door een aanwijzing van de zorgautoriteit aan de zorgaanbieder om een bedrag van ten hoogste het overschot te storten in het Zorgverzekeringsfonds of het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten; h. De bevoegdheid van de zorgautoriteit (de hoogte van) deze terugstorting vast te stellen; i. De mogelijkheden om de nieuwe bevoegdheden te handhaven. De Zvw en de Wet financiering sociale verzekeringen worden aangepast om mogelijk te maken dat zorgaanbieders kunnen storten in en om het CvZ in staat te stellen een beschikbaarheidbijdrage te kunnen laten betalen uit het Zorgverzekeringsfonds en het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten. De Wet bijzondere medische verrichtingen (WBMV) en de WMG worden zodanig aangepast dat de beleidsregels van de NZa binnen een systeem van prestatiebekostiging kunnen inhouden dat deze alleen van toepassing zijn voor instellingen die zijn aangewezen op grond van artikel 8 van de WBMV. De WMG zal daarmee nog betere instrumenten bevatten om ook op langere termijn mede de macrobetaalbaarheid te blijven bewerkstelligen. Uit hetzelfde stuk. Laatste regels zeggen het hele verhaal; geen open einde regeling, maar een verdere aanscherping van het BKZ. Met prestatiebekostiging zoals De Dikke Van Dale dit ziet heeft de prestatiebekosting van A Klink niets te maken. Nationalisatie van de Zorg zal wonderen doen voor de kosten en de kwaliteit. De 9 tot 20 miljard euro die nu wordt verspild aan bureaucratie, denk aan het CIZ, het CAK, de zorgtoeslag administratie e.d., kan dan grotendeels worden besteed aan zorgverlening. De Denen laten zien dat een nationaal ziekenfondssysteem zeer goed werkt, tegen lagere kosten dan Nederland en met een hogere kwaliteit. Het door A Klink en Tweede Kamerleden aangehaalde EHCI rapport is naar eigen zeggen van de opstellers een nietszeggend onderzoek. OESO en WHO rapporten geven een beter en betrouwbaarder beeld van de werkelijkheid. |
| Vorige discussie | Vandaag | Week | Maand | © Zorgwet.info |