| In navolging van de hier ruim een week geleden voorgelegde uitspraak van de Hoge Raad, heeft ons hoogste rechtscollege jl. vrijdag bij arrest geoordeeld dat in de twee zaken die door mij zijn verdedigd, de wetgever had mogen komen tot een wettelijk systeem dat gevallen als door mij verdedigd tegen hun zin onder de werking van de ziekenfondswet brengt. De Hoge Raad erkent daarbij dat het gekozen systeem voor zelfstandigen in de ziekenfondswet is ontworpen voor hetgeen men aanduidt als het "normaaltype", zijnde een reeds duurzaam gevestigde zelfstandige. De Hoge Raad erkent ook dat het in de Ziekenfondswet en in de Regeling Tijdvak en Inkomen gekozen systeem het resultaat is van een afweging "(...) waarbij een compromis moest worden gevonden tussen een aantal soms onverenigbare doelstellingen...". Naar het oordeel van de Hoge Raad betekent dit evenwel niet dat tegemoet kan worden gekomen aan persoonlijke voorkeuren met betrekking tot verzekeringsvorm. De Hoge Raad geeft toe dat het zeer wel begrijpelijk is dat dergelijke voorkeuren bestaan en noemt daarbij overwegingen als premiedruk, dekkingsomvang of streven naar continuiteit van verzekeringsvorm. Al deze en dergelijke overwegingen moeten het evenwel afweten tegenover een door de wetgever gekozen systeem, waarvan de Hoge Raad zegt dat "(...) niet kan worden gezegd dat de besluitgever in redelijkheid niet heeft kunnen komen tot die afweging en bij het maken daarvan in strijd heeft gehandeld met het zorgvuldigheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel of enig ander rechtsbeginsel...". Hiermee is het pleit beslecht en is ieder verder verzet tegen de ziekenfondsdwet zelfstandigen een achterhaalde zaak. De Hoge Raad heeft beslist dat de wetgever heeft mogen komen tot een systeem zoals het thans luidt, en wie daar moeite mee heeft moet ten rade gaan bij de politiek in Den Haag. De hier aangehaalde arresten staan bekend als de zaken 36.621 en 36.642 en kenden als typische problematiek dat in het eerste geval een medisch zeer belast verleden door Hof Arnhem geacht werd in de weg te staan aan toepassing van de ziekenfondswet nu het alleen maar zou leiden tot uitholling van verzekeringsrechten aan de betrokkene. In de tweede zaak oordeelde Hof Arnhem dat een ongewone inkomensvorming niet aan de basis mocht liggen voor ziekenfondsbeoordeling. De Hoge Raad is ook hierin onverbiddellijk: wet is wet, óók wanneer dit betekent dat gesold wordt met doodzieke mensen, óók wanneer vanuit opvattingen over enig meer duurzaam inkomensperspectief geen zinnig argument valt te bedenken om de inkomenstoets tegen de klippen op door te zetten. Daarmee is het pleit beslecht, zowel voor de startende ondernemer als voor de gevestigde ondernemer: zij kunnen de ziekenfondswet niet bestrijden met verwijzingen naar vermeende tekortkomingen in de wet en regelgeving. Ik kan mij thans nog slechts één zinvolle actie voorstellen: een klacht bij het Europees Hof, gericht aan het Commitee voor de Rechten van de Mens en van de Fundamentele Vrijheden. Dié zou moeten en kunnen beoordelen of de uitholling van verzekeringsrechten een ongerechtvaardigde inbreuk betekent op het recht van eigendom, waaronder mede te verstaan het ongestoord genot van verzekeringsrechten, niet omdat een overheid niet zou mogen overgaan tot regulering van rechten, maar omdat daarbij acht moet worden geslagen op tegenstrijdigheden tussen algemeen belang en individueel belang. De Hoge Raad komt daar niet aan toe omdat men de opvatting is toegedaan dat dit nu juist door de politiek dient te geschieden, maar het Human Rights Commitee zou de Nederlandse overheid op dit punt wel eens terecht kunnen wijzen. Zo'n oordeel van het mensenrechtencommitee is weliswaar niet rechtstreeks in rechte afdwingbaar maar in de praktijk heeft het Europees Hof een dermate groot gezag dat haar uitspraken door iedere rechtsstaat worden geëerbiedigd. |
| En, de Hoge Raad is geen echt onafhankelijk orgaan, ze kan het ook niet zijn want ze bestaat uit ex-politici. Uit onderzoek is gebleken dat de Raad vrijwel nooit partij kiest voor de klager. We zijn weer terug bij waar het begon: de politiek. Morgen mogen we weer mensen kiezen die zich overmorgen niets meer herinneren van gisteren. Hans, wat stel je voor t.a.v. het Europese Hof? |
| En, de Hoge Raad is geen echt onafhankelijk orgaan, ze kan het ook niet zijn want ze bestaat uit ex-politici. De Hoge Raad bestaat niet uit ex-politici, maar uit rechters met een lange staat van dienst. Je haalt de Hoge Raad en de Raad van State door elkaar. |
| Maar, uit alle discussies hier op het forum betekent dit dat er honderden mensen benadeeld worden door deze wet. Voor WIE is deze wet dan wel een goede ? Het komt er dus op neer dat ik door deze wet extra hoge kosten krijg, ondanks het feit dat ik als starter in 97 aan het einde van het jaar heb gekozen om mij in te zetten voor de maatschappij beter op mijn krent had kunnen gaan zitten en van een uitkering genieten en wachten tot 1998 begon. Alle, goede, argumenten die ik heb aangedragen richting de fiscus kunnen dus "down the drain" door deze uitspraken. Is er op de een of andere manier nog per case iets te bestrijden bij welke rechterlijke instantie (m.u.v. de mensenrechtenorganisatie) ? Of is dit een typisch geval van jurisprudentie ? |
| Of er voor jou nog iets zinvols te pruttelen valt, kan ik niet zomaar "in the blind" zeggen. Dan moet je eerst wat meer en aanvullende gegevens vertrekken. Zoveel is wel zeker: je rept van een uitkeringssituatie die kennelijk voldoende besteedbaar inkomen oplevert dat jij je kunt permiteren te overwegen "op je krent te blijven zitten". Wanneer jij in 1997 iets opstart dat zekere meerwaarde bezit omdat jij "je inzet voor de maatschappij", wil dat zeggen dat meer ideële doeleinden zijn nagestreefd. Dat zou neerkomen op alles behalve een economisch activiteit, ergo geen bron van inkomen en dus ook geen ziekenfondsgedoe. Heb jij daarentegen ernaar gestreefd om voordeel te verwerven en heeft dat voordeel zich ook gerealiseerd (zij het op bescheiden schaal), betekent dat nog niet dat jij er een onderneming op na houdt. Het zou zeer wel kunnen dat dit alles zich beperkt tot een simpele bijverdienste, zijnde een nevenactiviteit naast jouw hoofdinkomen uit uitkering. Daar is niets op tegen – zolang het uitkeringsorgaan er maar mee bekend is – maar het voert niet tot ziekenfondsverplichting: bijverdiensten doen niet mee voor de ziekenfondswet zelfstandigen. Heeft daarentegen jouw zelfwerkzaamheid er in 1998 toch geleid dat zich toen wél een onderneming ontwikkelde, alsdan moet jouw ziekenfondsplicht voor het verzekeringsjaar 2000 niet worden beoordeeld aan de hand van het belastbaar inkomen 1997 maar uit dat van 1998. En dát kan tot een andere uitkomst voeren, niet alleen voor verzekeringsjaar 2000 maar ook voor een of twee verzekeringsjaren nadien. Even wat nadere gegevens dus verstrekken.... |
| De Hoge Raad bestaat niet uit ex-politici, maar uit rechters met een lange staat van dienst. Je haalt de Hoge Raad en de Raad van State door elkaar. Sorry, je hebt gelijk. En die rechters hebben eigenlijk ook wel gelijk. Het gaat hier uiteindelijk toch om een politiek verschil van mening. Wat nu? Verkiezingen? Welke partij was ook al weer tegen deze onzalige wet? Hans Fiolet, complimenten!! Je hebt er een hoop energie ingestoken en velen op dit forum een hart onder de riem gestoken. We hebben deze slag verloren, jammer. Het meest schadelijke effect van deze wet blijft – naar mijn (politieke) mening – het jo-jo-effect. Het ontmoedigt het kleine-ondernemerschap. Ik vermoed geen complotten, wel dubbele agenda's en vooral veel onverschilligheid gepaard aan (politiek zeer verwijtbare) naïviteit. De zalm is niet meer wat het geweest is. |
| Bovendien zou ik Henk Rabbers eraan willen herinneren dat het uitgerekend de Raad van State is geweest die aan Minister Borst ontraadde de ziekenfondswet zodanig in te richten dat het belastbaar inkomen tot grondslag van toetsing en premie-inkomen zou worden gebruikt. De Raad van State stelde juist voor de ondernemingswinst tot dat doel aan te wenden. In dat geval is sprake van een redelijk inkomensgerelateerde beoordeling en heffing, nu het gros van de ondernemers niet toekomt er óók nog enige andere vorm van arbeid (loondienst, uitkering, bijverdiensten) bij te doen. Wie overigens wél parttime loondienst combineert met parttime ondernemerschap, betaalt over zijn looninkomen waarschijnlijk tóch al zorgpremie indien het looninkomen daarvoor veelal indiceert. Door dan óók nog het winstinkomen separaat te belasten wordt zeer wel voldaan aan de wens om tot een inkomensgerelateerde bijdrage te komen. Niet valt in te zien dat dit persé tot problemen hoeft te leiden: voor de waz-heffing kan men immers ook uitstekend vaststellen wát de premieheffing moet zijn – en die is evenzeer een percentage van .... de ondernemingswinst. Zo niet minister Borst, die wilde geen "derde inkomensbegrip" zien (1e begrip = onzuiver inkomen – 2e begrip = stipinkomen) en besloot te gaan liggen voor het anker van het fiscaal relevante belastbare inkomen. Inmiddels is dat afwijkende (3e) inkomensbegrip er tóch ingeslopen in de vorm van het gecorrigeerd verzamelinkomen. Wat hiervan ook zij, aan de Raad van State valt niets te verwijten: als het aan hen had gelegen was de enkele ondernemingswinst object van heffing geweest, net zoals het enkele looninkomen bron van heffing is voor loontrekkenden. |
| Ook ik ben sinds 1997 zelfstandig ondernemer, met alle gevolgen van dien voor de ziekenfondsverzekering. Ik heb bezwaar gemaakt, o.a. omdat op dat moment mijn belastbaar inkomen over 1998 bij de belastingdienst bekend was en dit betekende dat ik in 2001 weer terug moest naar de particuliere verzekering. In oktober 2002 heeft het Gerechtshof in Amsterdam een voor mij positieve uitspraak gedaan. Maar ja, het Ministerie van Financiën heeft beroep in cassatie ingesteld. Vorige week ontving ik hierover de stukken van de Hoge Raad, met de mededeling dat ik hierop een verweerschrift in kan dienen. Heeft dit nog zin? Verder staat er in de begeleidende brief dat ikzelf incidenteel beroep in cassatie in kan stellen. Wat is daar de zin van? |
| Anne-Marie, schrijver dezes is degene die twee van drie recente arresten van de Hoge Raad in verweer heeft bestreden, maar daarin niet is geslaagd. De reden daarvan is niet gelegen in slechte argumenten maar in de allerszins bedenkelijke situatie dat de politiek wíst waarmee men bezig was, maar op de koop toe heeft genomen dat een (in hun ogen) beperkt aantal belanghebbenden hier slecht mee uit was. De Hoge Raad is terzake van mening dat men niet gaat corrigeren wat heren en dames politici tot wet hebben verheven Ik weet dat sinds augustus verleden jaar het Gerechtshof in Amsterdam "om" is (was), waarmee ik bedoel te zeggen dat men de redenatietrant ging volgen die tot dan alleen werd aangetroffen bij Hof Arnhem, anders gezegd, dat geen startende ondernemer wordt geacht uitsluitend op 1 of 2 jaar te zijn beoordeeld. De Hoge Raad vindt dat dit wél is toegestaan indien de wetgever zich dit realiseerde en er een wet van maakte die een compromis ging worden tussen onverenigbare uitgangspunten. Objectief gezien wil dit zeggen dat jouw zaak geen kans gaat maken en dat de Staatssecretaris het gelijk aan zijn zijde gaat krijgen, net zoals hij dat reeds kreeg in drie voorgaande gevallen. Toch veronderstel ik dat er voor jou een ontsnappingsmogelijkheid is, maar dan moet ik eerst jouw dossier bestuderen. Zoveel is zeker, ik maak op dat jij voor verzekeringsjaar 2000 bent beoordeeld op het enkele startjaar 1997 en toen een positieve verklaring kreeg. Het jaar nadien werd jij beoordeeld voor verzekeringsjaar 2001 aan de hand van het gemiddelde inkomen over 1997 + 1998, en toen werd je weer uit het ziekenfonds verklaard. De alles overheersende vraag mag nu zijn: is het wel terecht dat 1997 wordt aangemerkt als jouw startjaar, als jaar waarin jij vorm en inhoud ging geven aan hetgeen de Belastingdienst houdt voor een onderneming. Stel bijvoorbeeld eens dat jouw startjaar 1998 was en dat jouw voordelen behaald in 1997 met een beetje goeie wil kunnen worden benoemd tot .... bijverdiensten! Dan zat jij mooi niet in het ziekenfonds, punt, uit. Om dit te beoordelen moet je mij jouw dossier willen toelichten, zodat ik kan beoordelen wát er in 1997 heeft plaats gevonden en wélke status hieraan kan worden ontleend. Het is al eerder voorgekomen dat werd erkend dat men voor de ziekenfondsverzekering tot een andere statusbeoordeling mag komen dan voor de aangifte Inkomstenbelasting. Als je in het bezit bent van de Elseviers Belasting Almanak 2003, kijk dan maar eens op blz. 276, bóven onderwerp 13.5.1 – Wanneer je die Almanak niet bezit, neem het dan maar aan op mijn gezag. P.S.: Incidenteel cassatieberoep wil zeggen dat het aan jouzelf thans ook nog toegestaan is om cassatie aan te tekenen tegen bepaalde rechtsoverwegingen uit de rechtelijke uitspraak, hoewel je dat eigenlijk niet zelfstandige hebt gedaan en de termijn daartoe is verlopen. De cassatie is immers ingesteld door de staatssecretaris, wegens vermeende schending van het recht, maar waardoor jij thans evenzeer van oordeel kan zijn dat bij nader inzien nog het een en ander valt af te dingen op de rechtelijke dictie. Omdat de staatssecretaris het voortouw heeft genomen, heb je thans zelf ook een tweede kans iets nieuws in te brengen. En wellicht zie ik daar een mogelijkheid toe. |
| Wat nu, Ik heb zo'n 40 zaken in bezwaar begeleid. Afgeleid zo'n 20 zaken in hoger beroep, waarvan het merendeel voor het Hof te Arnhem. Enkele zaken gewonnen, maar daartegen is inmiddels cassatie ingesteld en het resultaat laat zich raden. Schrijnende gevallen van zelfstandigen die op opname zaten te wachten voor een open hartoperatie en toen te horen kregen dat er sprake was van een verplicht ziekenfonds. Naar mijn idee zijn deze uitspraken van de Hoge Raad politieke uitspraken en hebben niets te maken met Recht, hooguit met het recht van de sterksten. Wat doen we nu, stil zitten en laten scheren of slachten. |
| Zelf denk ik ook wel aan zodanige aantallen te komen, bovendien heb ik bij de Hoge Raad enkele zaken verdedigd die door de Staatssecretaris aldaar waren aangebracht. Ik heb hier op deze site al eerder aangegeven dat het enige dat mij thans nog denkbaar lijkt is een procedure te starten bij het Europese Hof wegens strijd met art. 1, Eerste Protocol EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en van de Fundamentele Vrijheden). De insteek wordt dan de volgende: Een particuliere zorgverzekering is in juridische zin een privaatrechtelijk contract dat stipuleert in welke zin de ene contractant iets doet (zorgverlening financieren) en waar tegenover de andere contractant de premie voldoet (en zich daardoor verzekerd weet). Dit betekent dat een dergelijk contract een vermogenswaarde vertegenwoordigt. Weliswaar is het uit de verzekeringsovereenkomst voortkomende vorderingsrecht niet verhandelbaar, maar dat betekent nog niet dat het een dergelijk recht niet zou voldoen aan hetgeen in het EVRM wordt beschreven in termen van "possessions"(Engelse tekst), resp. "biens" (Franse tekst). Wanneer het ongestoord genot van dergelijke rechten door een overheid aan zijn burgers worden ontzegd, dient de vraag zich of dit een schending van eigendomsrecht betekent en waarbij het twee kanten kan uitgaan: een en ander valt onder art.1, lid-1 (ontneming van eigendom), danwel er sprake is van art.1, lid-2 (regulering van eigendom). Er is inmiddels een uitgebreide casuïstiek voorhanden van het Europese Hof over de vraag naar de inhoud van de begrippen "eigendom" – "ontneming van eigendom" en "regulering van eigendom" en ik acht het niet zeer waarschijnlijk dat een verzekeringsrecht er niet toe zou behoren. Dit betekent dat de Nederlandse overheid zich gesteld mag zien voor de vraag of sprake is van "ontneming" zonder dat hiervoor compensatie wordt geboden, danwel dat sprake is van "regulering" in welk geval geen compensatie hoeft worden geboden. Bij "ontneming" zijn we gauw klaar (= onrechtmatige overheidsdaad) maar bij "regulering" ligt het wat anders: aantasting van de belangen van de burger door zijn overheid is toegestaan wanneer er evenredigheid bestaat bestaat tussen het algemeen belang dat de staat nastreeft (betaalbare en volledig zorgverzekeringspakket) en de individuele gevolgen voor de burger (marginale toetsing door de rechter). Daartoe is de enkele aanwezigheid van betere alternatieven niet voldoende, het moet echt gaan om onevenredig nadeel. Een afweging van belangen kan in geval van het ziekenfonds niet worden gemaakt door de rechterlijke macht, dat is voorbehouden aan de wetgever. Wanneer dié in de Kamer alle overwegingen van onvolkomenheid en onrechtvaardigheid beoordeelt maar accepteert, wordt de uitkomst een compromis dat kenmerkend is voor slechte wetgeving. Het is dan echter niet de rechter die mag corrigeren, dat is en blijft de wetgever. Vandaar dat de Hoge Raad aan de Staatssecretaris in cassatie toewijst waar Hof Arnhem en (later) Hof Amsterdam zich aanvankelijk ánders over uitspraken. Voor het Europese Hof ligt dat evenwel heel anders: die heeft wél de mogelijkheid om aan een Staat in te scherpen dat men buiten zijn boekje is gegaan. Wat mij betreft is het wachten slechts op diegene die bij mij meldt met het verzoek zijn zaak voor te leggen aan het Europese Hof. Uit mijzelf kan ik dat niet opzetten, ik ben een neutraal consulent en geen belanghebbende. Maar wie zich ervoor wil lenen mag zich melden. |
| Vorige discussie | Vandaag | Week | Maand | © Zorgwet.info |