| Uit het Hoofdlijnenaccoord CDA VVD D66 (doc, pdf): De overheid blijft uiteraard toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van de zorg garanderen. In dit kader wordt de stelselherziening van de zorg, binnen de contouren die door de vorige twee kabinetten zijn aangegeven, doorgezet. Per 1 januari 2006 wordt een verplichte standaardverzekering voor curatieve zorg ingevoerd. Deze wordt uitgevoerd door private uitvoerders, die winst mogen beogen, binnen publieke randvoorwaarden (zoals acceptatieplicht, risicoverevening en een verbod op premiedifferentiatie op grond van persoonlijke kenmerken). Werkgevers dragen de helft van de totale macropremielast via een loongerelateerde bijdrage. Iedere volwassene betaalt een nominale premie, met een verplicht eigen risico, waarbij het kabinet vooralsnog uitgaat van 200 euro per jaar. Dit eigen risico kan op vrijwillige basis verder worden verhoogd. In de premie voor kinderen tot 18 jaar wordt via een rijksbijdrage voorzien; voor hen geldt geen eigen risico. Door middel van een zorgtoeslag [1] wordt blijvend gezorgd voor een compensatie van in verhouding tot het gezinsinkomen te hoge premielasten. Bij de stelselherziening zal in beginsel alle op genezing gerichte zorg van de AWBZ worden overgeheveld naar de standaardverzekering curatieve zorg. [1] De hoogte van de zorgtoeslag is gelijk aan de genormeerde ziektekosten per huishouden minus de standaard ziektekostenpremie minus het verplicht eigen risico. En toen rees weer de vraag: hoe breng je dit in overeenstemming met de Europese regels, zoals de Schaderichtlijn? |
Voor de liefhebbers de gehele zorgparagraaf:ZorgKwaliteit en kwantiteit van de zorg schieten te vaak tekort, terwijl de kosten explosief stijgen. Het kabinet houdt nu reeds rekening met een stijging van de collectief verzekerde zorguitgaven boven de basisraming van het CPB van 1 miljard euro in de kabinetsperiode. Met het oog op de economische ontwikkeling is het niet gewenst dat de toch al sterk stijgende ziektekostenpremies door deze extra uitgaven nog hoger zouden moeten worden vastgesteld. Ingrijpende maatregelen zijn dan ook op korte termijn noodzakelijk om tot een houdbaar stelsel te komen, waarin een collectieve verzekering van noodzakelijke zorg duurzaam kan worden gegarandeerd. Het verzekerd pakket in AWBZ en ziekenfonds zal daartoe met ingang van 2004 worden verkleind, waarbij de poortwachtersfunctie van de huisarts zal worden behouden [1]. Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de uitgaven voor zorg nog verder zullen doorgroeien dan nu reeds in de meerjarenramingen is voorzien. Het kabinet zal alsdan maatregelen nemen om de zorguitgaven binnen het budgettair kader te houden en het beslag op de collectieve middelen niet verder te laten oplopen. Daarbij zal het gaan om verdere pakketbeperkingen, de verhoging van eigen bijdragen in de AWBZ en een eigen risico in het ziekenfonds, en maatregelen om de doelmatigheid te verhogen. Bij het vergroten van de doelmatigheid heeft de sector een zware verantwoordelijkheid. Indien de benodigde verhoging van eigen betalingen sociaal onverantwoorde consequenties dreigt te krijgen, kan alleen in het uiterste geval ook het herintroduceren van budgetplafonds voor (onderdelen van) de AWBZ aan de orde komen. Bij het inkomensbeleid zal het kabinet rekening houden met de gevolgen van deze maatregelen voor chronisch zieken, gehandicapten en andere kwetsbare groepen. Om het beroep op de zorg terug te dringen, zal ook meer aandacht worden geschonken aan bevordering van de volksgezondheid door preventief beleid en sport. Sport is van grote maatschappelijke betekenis. Van sportbeoefening gaat een positieve impuls uit voor jongeren en sport heeft door het fijnvertakte netwerk van sportverenigingen en vrijwilligerswerk een sterke samenbindende functie. Het overheidsbeleid is erop gericht dat waar nodig te ondersteunen. Dat geldt in het bijzonder ook voor gehandicaptensport. In de zorg horen de behoeften van patiënten en cliënten centraal te staan en moet de professionaliteit van medewerkers tot haar recht komen. De administratievelastendruk, de bureaucratie en overhead in alle onderdelen van de zorg moeten fors omlaag. Geld en tijd moeten aan patiënten en cliënten worden besteed, niet aan bovenmatige overhead, formulieren en kantoren. De centrale aanbodsturing is vastgelopen en wordt zo snel als verantwoord is vervangen door gereguleerde marktwerking. De normalisering van marktverhoudingen in diverse deelmarkten in de zorg zal worden bevorderd, met de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) als toezichthouder, waarbij het kabinet zorgdraagt voor afstemming van de activiteiten van de NMa en die van het College Tarieven Gezondheidszorg. Eigen verantwoordelijkheid en initiatief van partijen in de zorg komt voorop te staan. De overheid blijft uiteraard toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van de zorg garanderen. In dit kader wordt de stelselherziening van de zorg, binnen de contouren die door de vorige twee kabinetten zijn aangegeven, doorgezet. Per 1 januari 2006 wordt een verplichte standaardverzekering voor curatieve zorg ingevoerd. Deze wordt uitgevoerd door private uitvoerders, die winst mogen beogen, binnen publieke randvoorwaarden (zoals acceptatieplicht, risicoverevening en een verbod op premiedifferentiatie op grond van persoonlijke kenmerken). Werkgevers dragen de helft van de totale macropremielast via een loongerelateerde bijdrage. Iedere volwassene betaalt een nominale premie, met een verplicht eigen risico, waarbij het kabinet vooralsnog uitgaat van 200 euro per jaar. Dit eigen risico kan op vrijwillige basis verder worden verhoogd. In de premie voor kinderen tot 18 jaar wordt via een rijksbijdrage voorzien; voor hen geldt geen eigen risico. Door middel van een zorgtoeslag [2] wordt blijvend gezorgd voor een compensatie van in verhouding tot het gezinsinkomen te hoge premielasten. Bij de stelselherziening zal in beginsel alle op genezing gerichte zorg van de AWBZ worden overgeheveld naar de standaardverzekering curatieve zorg. Bijzondere aandacht zal worden besteed aan het terugdringen van de wachttijden bij ziekten met levensbedreigende risico’s. Het kabinet zal daarom de capaciteit van medische opleidingen verruimen (waarmee de numerus fixus op termijn overbodig wordt), de aantrekkelijkheid van werken in de zorg bevorderen, en het huisartsentekort aanpakken. [1] De beperkingen van het verzekerde pakket hebben betrekking op het aantal psychotherapeutische behandelingen bij bepaalde stoornissen, tandheelkundige zorg voor volwassenen, zittend ziekenvervoer, niet-chronische fysiotherapie en oefentherapie, bepaalde geneesmiddelen, een korting op subsidies, alsmede een effectiever geneesmiddelenbeleid. [2] De hoogte van de zorgtoeslag is gelijk aan de genormeerde ziektekosten per huishouden minus de standaard ziektekostenpremie minus het verplicht eigen risico. |
| Werkgevers dragen de helft van de totale macropremielast via een loongerelateerde bijdrage. En wie is onze „werkgever”? M.a.w. wij zijn wéér de pineut. Of wordt die „zorgtoeslag” nu zodanig bepaald dat kleine zelfstandigen er óók iets aan hebben? Je weet maar nooit met zo’n ballenclub als D66 erbij... |
| [Formatieresultaat:] Werkgevers dragen de helft van de totale macropremielast via een loongerelateerde bijdrage. [Hahn:] En wie is onze „werkgever”? M.a.w. wij zijn wéér de pineut. Of wordt die „zorgtoeslag” nu zodanig bepaald dat kleine zelfstandigen er óók iets aan hebben? Kijk naar het sommetje "normziektekosten – standaardpremie – eigen risico". Je mag aannemen dat de standaardpremie de werknemerspremie is. En dus moet de zelfstandige ook zelf de werkgeverspremie opbrengen. Maar dat lijkt me ook logisch, want je bent niet voor niets zowel werkgever als werknemer. Wat mij steeds onduidelijker wordt: hoe willen ze een zorgtoeslag, die op deze manier berekend wordt, inkomensneutraal invoeren? Er zal toch ergens inkomensafhankelijkheid in moeten zitten. Maar in welk deel van het sommetje dan? |
| Vorige discussie | Vandaag | Week | Maand | © Zorgwet.info |